Categorie: Blog

  • AI is leugen

    Wie tien jaar geleden sprak over AI, kreeg vragende blikken. Het was nog onbekend bij het grote publiek. OpenAI (bedrijf achter ChatGPT) ontstond in 2015 en de eerste versies zagen in 2018 het daglicht. Sinds 2022 is het snel gegaan, heel snel. AI is het toverwoord en honderden miljarden euro’s vliegen je om de oren. En dit terwijl de gemeenschap amper de tijd krijgt om te realiseren wat het betekent. De meeste mensen worden overrompeld en verleid met de voordelen van AI, maar niet de nadelen in beeld krijgen. En dat kan grote gevolgen hebben, daar waarschuwen steeds meer deskundigen voor.

    Wat is AI?

    AI is een computersysteem en daarmee niet een mens. Wat men probeert is een computer te maken die door leren zaken kan beredeneren, problemen kan oplossen, beslissingen kan maken en indrukken verwerken. Dit zijn menselijke eigenschappen die door een machine worden uitgevoerd. Voordeel is dat een machine sneller verbanden kan leggen dan een mens, 24 uur per dag kan werken en nooit ziek is. Dat klinkt leuk, maar is het dat ook?

    Om te beginnen is er een computer nodig. Niet een gewone computer, maar een computer die snel werkt, immers alleen dan kan de rekenkracht die nodig is om AI functioneel te laten zijn, bereikt worden. Om dergelijke computers te maken, zijn geavanceerde chips nodig en daarvoor heb je specifiek machines nodig. ASML maakt (tot nu toe als enige) deze machines en verdient daar fors geld mee. In Veldhoven ondervinden ze daar al steeds meer de nadelen van, want alles wat er wordt gebouwd is niet voor de lokale bevolking, maar voor mensen die bij ASML werken.

    Dan heb je nog producenten van die chips nodig. Ook daar buitelen de bedrijven over elkaar heen. Nvidia is tot nu toe de grootste, maar dat kan morgen zo weer anders zijn. Miljarden vliegen je om de oren.

    Dan heb je die chips en die gaan vervolgens in datacentra, want alleen zo kan je de rekenkracht die nodig is voor AI voor elkaar krijgen. Die datacentra gebruiken enorme hoeveelheden stroom en water (om te koelen). Je zou zomaar kunnen zeggen dat als Nederland geen datacentra (voor AI) zou hebben, het stroomprobleem (netcongestie) zomaar opgelost kan zijn.

    Voordat AI aan de slag kan is er al een enorme aanslag op onze samenleving en milieu gedaan.

    Dan heb je die datacentra, dan moeten ze nog aan de slag. Daarvoor zijn programma’s nodig en die moeten dan weer door IT-ers worden gemaakt en onderhouden. Dat vraagt om veel menskracht, die dan niet kan worden ingezet voor zaken die echt nodig zijn om het menselijk leven mogelijk te maken.

    Maar dan heb je die computersoftware, dan moet die nog aan de slag. De kennis die AI nodig heeft, kan gedeeltelijk van het internet worden gehaald (waarbij aan elke vorm van copyright voorbij wordt gegaan), maar moet voor een fors deel ook door mensen worden ingevoerd. Men beseft niet dat er wereldwijd miljoenen mensen voor een karige vergoeding AI aan het voeden zijn met informatie, zodat AI snel verbanden kan leggen. Een controle of die ingevoerde informatie juist is en of de gelegde verbanden op een goede manier worden gedaan, is er amper. Op dit moment is AI een gigantische banenmachine. Mooi voor de mensen die er nu hun brood mee verdienen, maar blijft dat ook zo?

    Welke rol speelt de mens nog in de digitale wereld? Foto: vrij van Pixabay | DeltaWorks

    Maatschappelijke impact

    Dat is de vraag die nu speelt. Is AI een bubbel of niet? Veel bedrijven investeren nu in elkaar, terwijl de productie nog best karig is. De productie die er wel is, roept al voldoende vragen op. Zo wordt ChatGPT door velen gezien als een handige tool om stukken te schrijven en informatie bij elkaar te vinden. In de praktijk is dat zo, maar wat gebeurt hier in feite? AI legt alleen verbanden op basis van reeds beschikbare informatie. Als mensen het internet of AI niet blijven voeden met nieuwe informatie, dan houdt het op. Tenzij AI zelf die nieuwe informatie gaat aanmaken. En dan is er een probleem, want is het dan nog controleerbaar? Dat is een vrees die deskundigen hebben, dat AI de mens gaat vervangen en dan zou de mens nu werken aan zijn eigen overbodigheid.

    De vraag is of dat zo is. Immers de mens is nu nog nodig voor een aantal fysieke zaken. Voordat het zover is dat AI zelf voedsel kan zaaien, het land bewerken, kan oogsten, het voedsel verwerken en distribueren , zijn er nog wel wat stappen nodig. En als AI zover is, dan zijn mensen (en voedselproductie) niet meer nodig. AI moet dan alleen nog zorgen dat er stroom is om zichzelf in stand te houden, maar voor wat?

    Zover is het nu nog niet, maar er is al wel een behoorlijke dreiging of eigenlijk dreigingen.
    Zo maakte het Amerikaanse bedrijf Anthropic AI modellen (Claude, Mythos) die zoveel kunnen dat de Amerikaanse overheid het teveel vond en ingreep. Dat terwijl het bedrijf dan weer vond dat AI niet ingezet mocht worden voor defensie. Op zich logisch, want als je AI inzet om te beslissen of mensen mogen leven of niet, dan ga je ver. Overigens is dat op het slagveld allang praktijk. De ingreep door de Amerikaanse overheid duurde niet lang.

    AI heeft een goede potentie. Het kan dingen sneller en wellicht beter doen dan mensen. Daarbij moet wel de stelregel zijn dat mensen de controle houden en AI ten dienste van de mens werkt. Dat is echter geen garantie, want niet alle mensen zijn goedaardig en dat betekent dat AI ook kwaadaardig door mensen gebruikt kan worden. Dat gebeurt op dit moment massaal. En daarmee is er een directe invloed op onze samenleving.

    Leugen

    Zo werden mensen al geconfronteerd met naaktfoto’s die door AI werden gemaakt, maar namaak waren, alleen weet de kijker van die foto’s dat niet. Dat geldt trouwens voor veel foto’s. Eigenlijk kun je geen enkele foto meer vertrouwen en dat is nadelig, want foto’s die wel echt zijn (en de waarheid vertellen) worden niet meer serieus genomen. Dat geldt ook voor verhalen die rondgaan. Er zijn steeds meer verhalen en (zogenaamd) wetenschappelijk onderzoek dat rondgaat, dat niet is gebaseerd op werkelijk gevonden resultaten. Daarmee is AI al een behoorlijke leugenmachine geworden. Let op, dit alles is de afgelopen vier jaar ontstaan en de mensheid kan hier blijkbaar geen stop op zetten.

    Nu was de leugen van het beeld (photoshop) en misleiding in literatuur (plagiaat, verkeerde interpretaties) er al langer, maar er was altijd wel een mens die dit doorzag. De hoeveelheid leugens die AI nu al de wereld in slingert is nagenoeg niet meer te controleren. In films werd hier al veel eerder voor gewaarschuwd (kijk maar eens naar de drie Kingsman films).

    Dit alles zet ons sociaal systeem op de kop. Want wie of wat kun je straks nog vertrouwen? Kan een krant/ journalistiek nog een controlerende rol spelen? Hoe worden politici beïnvloed en wat voor impact heeft AI op ons dagelijks leven?
    Het zijn belangrijke vragen, maar we hebben geen tijd om die te beantwoorden, omdat de ontwikkelingen zo snel gaan. De wetgeving inzake AI loopt hopeloos achter (of ontbreekt) of functioneert niet. Dat zie je nu al bij sociale media. Terwijl de EU nu met boetes dreigt, is de schade allang toegebracht.

    De oorzaak zit ook voor een deel bij de burgers zelf. Die laten zich verleiden tot het gebruik van de vooruitgang en voordat ze zich (kunnen) afvragen of het schadelijk is, zijn ze er aan ‘verslaafd’. Laten we wel zijn, sinds de PC (Personal Computer) zijn intrede heeft gedaan, zijn er al veel veranderingen geweest. Als schrijver moet ik er niet aan denken alles nog op een (mechanische) typemachine te doen. Een fotograaf zal wellicht met weemoed terugdenken aan de filmrolletjes en het (zelf) ontwikkelen van foto’s, maar toch blij zijn dat je digitaal eindeloos foto’s kan maken en achteraf (in plaats van vooraf) kan bepalen welk materiaal je wilt gebruiken. En een ander nadeel is dat veel digitale zaken gratis lijken, maar burgers hiervoor best veel privacy opgeven. Dat is niet erg, zolang burgers zich bewust zijn van de gevolgen, maar ik vrees dat veel burgers dat niet zijn.

    In de jaren 60 en 70 was er het gezegde ‘de leugen regeert’ waarbij vaak naar de overheid en/of bedrijfsleven werd gewezen. Ik vrees dat dit gezegde nog steeds geldt, maar dat we niet meer weten waar we naar toe moeten wijzen, omdat we de waarheid niet meer van de leugen kunnen onderscheiden.

  • De stikstofverwarring

    Laat in Nederland het woord stikstof vallen en je hebt discussies, protesten, onkunde en nog veel meer randverschijnselen die weinig te maken hebben met de kern van de boodschap. Er is namelijk geen stikstofprobleem, maar waarom schiet iedereen dan allerlei standen van verzet en grote woorden?

    De basis ligt in 1992 toen de Habitatrichtlijn voor de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna werd aangenomen. Deze Europese richtlijn heeft als doel bij te dragen tot het waarborgen van de biologische diversiteit in de lidstaten door bescherming van habitats en soorten die van Europees belang zijn. De gedachte is dat natuur geen (lands)grenzen kent.

    Anders gezegd: soorten moeten blijven bestaan en daarvoor is het nodig dat verschillende leefomgevingen beschikbaar zijn. Een kikker heeft water nodig en heeft niet veel aan een zandverstuiving, dus moet ervoor gezorgd worden dat er water is waar kikkers kunnen leven. Dat vraagt dat dit water van een bepaalde kwaliteit moet zijn en daar zorg voor moet worden gedragen.

    Soorten verplaatsen zich en daarvoor is het nodig dat er natuurgebieden zijn waartussen dat kan. Die natuurgebieden worden Natura 2000 gebieden genoemd. Het netwerk van Natura 2000 gebieden in Europa moet ervoor zorgen dat soorten zich kunnen verspreiden. Ecologische verbindingszones worden deze gebieden ook wel genoemd. Elke lidstaat afzonderlijk moet zorgen dat de kwaliteit van de Natura 2000 gebieden voldoende op peil blijft. Het gaat niet om het in stand houden van een bepaalde soort in een bepaald gebied.

    Een land mag niet opzettelijk ingrijpen in een Natura 2000 gebied en kan ook niet zomaar een natuurgebied aan deze status onttrekken. Daar staat een vergoeding vanuit Europa tegenover om te zorgen dat deze gebieden van voldoende ecologische waarde blijven. Dit betekent dat elk land passende maatregelen moet treffen om deze natuur in stand te houden. Dat kan bijvoorbeeld een toegangsverbod zijn, maar ook een jachtverbod of een verbod in het verhandelen van grond.

    De vraag is nu wanneer stikstof in beeld komt?
    Er zijn in Nederland 162 Natura 2000 gebieden en hiervan zijn er 128 gevoelig voor stikstof. Dat wil zeggen dat als de hoeveelheid stikstof te hoog of te laag wordt de ecologische waarde verandert en dat mag niet conform de afspraken. Immers de ecologische staat van een gebied bepaalt of het bijdraagt aan een Europese ecologische verbindingsstructuur. Stikstof is een voedingsstof voor planten, maar de ene plant heeft meer nodig dan een andere plant. Planten die weinig nodig hebben leven vaak in voedselarme gebieden.

    In de praktijk betekent dat als in een stikstofgevoelig gebied (voedselarm) er teveel stikstof is dat je enerzijds zorgt dat er geen extra stikstof bijkomt en anderzijds dat stikstof ‘verdwijnt’. Dat eerste kan men bijvoorbeeld bereiken door te voorkomen dat er stikstof vanuit de lucht of via het water een gebied inkomt. Het gaat hierbij niet om de stikstof (N2) in de lucht maar om stikstofverbindingen zoals ammonia, ammoniak (NH3/NH4) of stikstofoxiden (Nox). Die stikstofverbindingen worden vooral door menselijke activiteit veroorzaakt. Nox door verbranding (verkeer, industrie) en ammonia(k) via landbouw (veeteelt). Als je toename wilt voorkomen, is aanpak aan de bron de meest logische stap.

    Stikstof uit een gebied laten verdwijnen kan bijvoorbeeld door uitspoeling of afvoer van biologisch materiaal of zelfs afgraving. Uitspoeling is niet altijd handig, want dan komt het in het oppervlaktewater en dat heeft ook een ecologische waarde. Afgraven klinkt dan weer als een ingreep die niet past bij een natura 2000 gebied (al gebeurt het soms wel).

    Het beheersen van stikstofverbindingen is een middel, niet een doel

    Tot zover klinkt het allemaal logisch, maar toch is er een stikstofprobleem zegt men. Zo wordt het gebracht, maar in basis is een menselijk handelen dat een probleem is en dat klinkt niet populair. Dit heeft te maken met economie of om het maar wat botter te zeggen: geld. Nu zou men kunnen denken dat als het om geld gaat, je dan maar moet zorgen dat mensen schadeloos worden gesteld in ruil voor het inleveren van stikstofproductie. Dat klinkt in woorden simpel, maar in de praktijk niet. In de praktijk komt het er vaak op neer dat iemand moet stoppen met een eigen bedrijf en dat valt zwaar voor veel mensen. Dat is te begrijpen, maar is dat per se nodig?

    Nee dat is niet per se nodig. Als landbouwer kun je ook overgaan op duurzame productie. Dit kan bijvoorbeeld door circulair te werken, dat wil zeggen dat alle stikstof die in een bedrijf rondgaat uit het bedrijf zelf komt en niet wordt toegevoegd, bijvoorbeeld in de vorm van kunstmest of krachtvoer. Het probleem daarbij is dat dit vaak ten koste gaat van de productie (minder opbrengst), wat voor ondernemers met een forse schuld niet bepaald prettig is. Maar geld is oplosbaar, het gaat om de wil om te schakelen. En daarvoor is ook een richtlijn vanuit Europa: in 2030 moet 15% van de landbouw biologisch (duurzaam) zijn, maar Nederland zit nu ergens tussen de vier en vijf procent. Het lijkt wel of de wil er niet is. Met dit percentage doet Nederland het slechter dan de meeste overige landen in de EU, wat aangeeft dat andere landen wel bereidheid hebben tot aanpassing.

    Overigens geldt het niet alleen voor de landbouw, ook industrie en verkeer moet een steentje bijdragen. Dat willen ze ook wel, maar daar is bijvoorbeeld de netcongestie een probleem. De bouw zou kunnen bijdragen door meer circulair te bouwen, iets wat nu amper gebeurt.

    Ook wordt vaak aangevoerd dat het afvangen van stikstof kan voorkomen dat stikstofverbindingen in het milieu komen. Innovatie wordt hier vaak aangehaald. Dat is een optie, maar voorkomen is beter dan genezen en daarvoor is nu gekozen. Daar mag elke ondernemer het mee oneens zijn, maar de vraag is waarom? Het antwoord op die vraag is mij nogal onduidelijk, want vaak wordt aangehaald dat een bedrijf al generaties in de familie zit, maar ik denk dat het niet zo heel moeilijk is om een lijst met familiebedrijven op te stellen uit andere sectoren die om milieu of financiële redenen gestopt zijn.

    Vaak worden veel andere argumenten erbij gehaald.
    Vaak gehoord is Duitsland. Daar mag men nog vrolijk stikstofverbindingen uitstoten, zelfs vlak over de grens met Nederland. Dat laatste is waar, want de meeste landbouw in Duitsland zit in het noordwesten van dat land. Maar Nederland stoot op dit moment vier keer meer stikstof per hectare uit als Duitsland. Daarnaast is Duitsland ook nog eens veel groter (dus logisch dat ze in totaal meer uitstoten, maar daar gaat het dus niet om).
    Ook hoor ik regelmatig het argument dat Nederland als postzegelland niet zoveel stikstof uitstoot. Ook dat klopt, maar daar gaat het niet om, het gaat om de hoeveelheid stikstof in Nederlandse natuurgebieden, niet wat het buitenland doet. Althans als het aanwaaien van stikstof niet wordt meegeteld. De vraag is of dit relevant is. Nederland is namelijk per hectare de grootste uitstoter van stikstof (per hectare) gevolgd door België en Duitsland.

    Is het allemaal kommer en kwel in Nederland?
    Nee zeker niet. Sinds 2005 is de hoeveelheid stikstofoxiden (industrie/verkeer) met 62% gedaald en de hoeveelheid ammoniak (landbouw) met 27% (Bron: PBL). Ook de veestapel neemt af. Dat is de positieve ontwikkeling, maar daarbij moet wel gezegd worden dat het niveau waar we vandaan komen, hoog was.

    Vaak wordt ook aangehaald dat minder voedselproductie kan leiden tot minder voedselzekerheid. Ook daar valt wel wat op af te dingen. 40% van al het voedsel (ook dat wat we importeren) wordt geëxporteerd en daarnaast wordt ook nog een een kleine 20% van het voedsel verspild. Hierin zit voldoende marge om de voedselproductie in te krimpen. Dit nog afgezien van de keuze om bijvoorbeeld minder vlees te eten (is een inefficiënte manier van voedselvoorziening).

    We hebben in Nederland geen stikstofprobleem, maar een probleem met ons mens zijn en het maken van keuzen. In Nederland zijn we niet goed meer in staat om de tering naar de nering te zetten en al helemaal niet goed in het accepteren van veranderingen die initieel voor minder zorgen, maar op lange termijn juist voor meer. Er wordt te vaak gezocht naar redenen om niet te veranderen, terwijl redenen om iets wel te doen vaak als onhaalbaar worden bestempeld.

  • Meten is weten

    Ze zeggen wel eens dat meten is weten. Anders gezegd, data geeft inzicht in een situatie. Toch is dat niet helemaal waar, want vaak worden relatieve zaken (in procenten) en absolute waarden (in eenheden) door elkaar gehaald. Het Centraal Bureau voor Statistiek is voor media een van de belangrijkste bronnen voor data. Toch zegt een getal niet alles. Zo bericht het CBS dat de afgelopen vijf jaar het percentage hernieuwbare energie in Nederland met 127% is gestegen. Dat klinkt heel mooi, maar als je dat afzet in absolute zin, dan staat Nederland in Europa de 18e plek (van de 27) en dat is dan niet bijzonder.

    Data kan zeker iets zeggen over wat er speelt, maar moet altijd van een context worden voorzien. En dan bedoel ik de juiste context. Dat wordt vaak vergeten of niet goed gedaan. Dat plaatsen in een context is vooral een taak van journalisten (geworden), maar in de vluchtigheid van de hedendaagse samenleving is daar vaak geen tijd voor. Niet alleen het verzamelen van data is een tijdrovende zaak, ook onderzoekende journalistiek kost tijd. Helaas is een beeld via sociale media of een praattafel op tv snel de wereld in geholpen, maar als dat beeld niet klopt of moet worden genuanceerd, dan is dat lastig. Het is net als bij contact tussen mensen; je krijgt maar een keer de kans op een eerste indruk. De praktijk is dat die eerste indruk vaak niet de juiste indruk is. Wellicht is iemand bij de eerste ontmoeting heel zenuwachtig en als je de persoon beter leert kennen, blijkt het een heel rustige en gebalanceerde persoon te zijn.

    Media schieten vaak tekort om zaken in een juiste context te plaatsen. Zo zijn er de afgelopen maanden veel protesten geweest tegen de komst van AZC’s. Vaak liepen de demonstraties uit op geweld, waaruit een beeld getrokken kan worden dat mensen echt tot alles bereid zijn om de komst van een AZC tegen te houden. De NOS besloot eens te kijken aan de hand van beelden wie die mensen zijn die geweld plegen en het viel op dat een behoorlijk aantal personen bij elke demonstratie aanwezig was, dus helemaal niet lokaal. Dat geeft niet alleen een vertekend beeld van hoe mensen staan tegen de komst van een AZC, het schetst ook een negatief beeld van de lokale bevolking. Wie verder graaft, komt zelfs uit dat de meeste mensen niets tegen een AZC hebben en zelfs na de daadwerkelijke komst van een AZC positief zijn. Dat blijkt ook uit data, maar die komen veel minder vaak in het nieuws.

    En zo gaat het vaak met data, er wordt vaak een keuze gemaakt (cherry picking). Welke reden er ten grondslag ligt aan die keuze blijft voor het grote publiek onduidelijk. In sommige gevallen wordt er wel een zogenaamde factcheck uitgevoerd, maar ook die halen vaak niet het nieuws. En als de bron van data dan verkeerd wordt geciteerd, heeft die bron dan een taak om dat te corrigeren? Tanja Traag van het CBS: “Een van de belangrijkste taken van het CBS is onafhankelijk en objectief blijven. Bij een politiek geladen onderwerp zou het kunnen lijken alsof we een kant kiezen terwijl we dat niet doen.”

    Dan speelt er nog een rol tussen generaties. Want data zijn abstract, maar kunnen wel anders worden geïnterpreteerd. Generatie X (geboren 1965-1980) zijn vooral opgegroeid in een analoge wereld die staat tussen de babyboomer (1946-1964) en de millennials (1981-2000). Ze zijn vooral nuchter, werken bij een werkgever, pragmatische en een kritische houding richting autoriteit. De Millennials (generatie Y) zijn grotendeels opgegroeid in een digitale wereld en zijn meer flexibel en gericht op persoonlijke ontwikkeling, waarbij een balans tussen werk en privé gewenst is.
    Generatie Z (1997-2012) zit geheel anders in elkaar. Ze zijn volledig opgegroeid in een digitale wereld waarin sociale netwerken een belangrijke rol spelen, ze zijn meer gefocust op het hier en nu dan op de toekomst en aan autoriteit hebben ze eigenlijk geen boodschap. Ze zijn ook niet trouw aan een werkgever. Delen is belangrijk en daar hoeft niet altijd geld tegenover te staan. Deze drie verschillende insteken, maakt ook de manier waarop ze kijken naar zaken en nieuws anders. Ook de manier waarop ze data krijgen voorgeschoteld is anders en kom dan maar eens aanzetten met een aansprekende factcheck.

    Waar generaties X en Y nog veel waarde aan economie hechten, is voor generatie Z belangrijke of dat ook iets voor hen (als individu en gemeenschap) oplevert. De context omtrent data is belangrijk, maar ook de context van de ontvanger speelt een rol. Data zegt iets over de realiteit, maar hoe de ontvanger die realiteit ervaart kan heel anders zijn. Daarbij speelt dat de verschillende generaties verre van een uniforme groep is, pluriformiteit speelt ook een belangrijke rol. Niet alleen leeftijd speelt een rol, maar ook hoe iemand is opgevoed, opleiding, religie en woonomgeving kunnen een belangrijke rol spelen.

    Toen ik het boek ‘Het sprookje Nederland’ schreef was me wel duidelijk dat beeldvorming veel te vaak niet overeen komt met de werkelijkheid. In het boek zijn meerdere omschrijvingen te vinden van zaken die spelen in Nederland. Hiervoor heb ik vele rapporten met cijfers en contexten gelezen. Ik begon ermee bij het ontstaan van Kabinet Schoof en was klaar met boek toen dit Kabinet alweer gevallen was. Met het nieuwe Kabinet is er echter weinig veranderd en zal er ook weinig veranderen, omdat ze doorgaan op dezelfde politieke leest. Om dat laatste te veranderen zou er een zelfreflectie van de de Tweede Kamer en regering moeten zijn, maar die is er niet. Dat beschreef ik ook al in het boek. Eigenlijk had ik gehoopt dat het boek snel achterhaald zou zijn, maar een jaar later is het nog steeds actueel.

    En daarmee blijft ‘meten is weten’ iets waar we goed mee moeten opletten, want het is vooral iets waar een ieder zijn of haar eigen voordeel wil halen, waarbij het risico van een beeldvorming steeds verder van de realiteit komt te staan. Een beeldvorming bijstellen, dat is dan weer lastig.

  • Moreel kompas

    Als je kennis hebt van iets dat erg is of ernstig kan worden, mag je dan zwijgen en die kennis niet tot actie laten leiden? Er zijn vast veel mensen die dit soort ‘geheimen’ hebben, maar verder geen actie ondernemen. Dat is best een dilemma. Het wijst op een gedrag dat we al dan niet kunnen of mogen tolereren. Soms trekken we een grens. Filmen bij een ernstig ongeluk wordt vaak niet gewaardeerd en al helemaal niet als je dat vanuit een rijdende auto doet. Geen hulp bieden terwijl je het wel had kunnen doen, kan ook als nalatigheid beschouwd worden en daar kun je straf voor krijgen. Toch zijn die (morele) grenzen vaak vaag.

    Neem nu de mens versus natuur. Is er wel sprake van een tegenstelling? Aristoteles plaatste de mens bovenaan en al het andere leven is er ten dienste van de mens. Dat verkondigde hij al in de vierde eeuw voor Christus en er zijn nog steeds mensen die dit zo vinden. Anderen vinden dat de natuur ten dienste staat van de mens omdat God het heeft geschapen. De mens moet alleen goed rentmeesterschap geven (hoe dat moet, is dan weer minder duidelijk).
    Steeds meer mensen realiseren zich dat de mens niet boven de natuur staat, maar er onderdeel van uitmaakt. Andere levende wezens kunnen dingen die de mens niet kan of slechts met hulpmiddelen. De natuur is niet een ding, maar iets dat leeft en ook emotie kan hebben. Dat is mooi als je dat in wilt zien, maar wat doe je dan in de praktijk? Dat blijkt een stuk moeilijker. Als je natuur ruimte wilt geven, dan moet je als mens inschikken en controle opgeven. Dat is iets waar we moeite mee hebben. We kappen nog steeds bomen als we dat al mens nodig vinden. We vervuilen rivieren als ons dat goed uitkomt. We storten de oceanen vol met plastic want dat is ver weg en zien we niet.

    Eigenlijk weten de meeste mensen dat we ons handelen moeten aanpassen, maar doen het niet. We zien de noodzaak wel, maar voelen die noodzaak niet. En zolang we dat niet voelen, dan doen we er niets mee. Maar dat komt ook wel omdat we onvoldoende in contact staan met de natuur. Heb je wel eens in een bos op de hei een half uur stilgestaan en gekeken wat er dan allemaal gebeurt in de natuur? Wellicht ga je dan wat verwondering voelen en als je iets voelt, ben je ook bereid om iets te doen.

    Het moreel kompas is bij de meeste mensen anders

    Overigens zijn in de meeste culturen die verbindingen met de natuur er wel. De inheemse bevolking van bijvoorbeeld Australië of Zuid-Amerika keken en luisterden wel naar de natuur, maar in het Westen zijn we dat verleerd. Daar hebben we bepaald dat zaken alleen waarde heeft als het geld oplevert. En heeft de natuur dat? Soms, omdat bomen geld kunnen opleveren. En sommige planten en dieren ook. Maar het geheel, nee dat heeft geen waarde? Of toch wel? Want als u op zondagmorgen door een bos loopt, dan heeft dat toch waarde? En een rivier… als die droog zou vallen kunnen we geen goederen over water meer vervoeren. Natuur heeft wel waarde, maar we erkennen dat niet. In menselijke optiek is de natuur wilsonbekwaam, het spreekt geen mensentaal. Pas als een natuurlijke omgeving gevaarlijk wordt, grijpt de mens in zoals nu bijvoorbeeld bij landgoed De Utrecht (waar bomen massaal sterven en dreigen om te vallen of dat takken kunnen afbreken).

    Een zelfde verhaal kan opgesteld worden ten aanzien van klimaat. De meeste mensen realiseren dat hun handelen bijdraagt aan een klimaat verandering. Niet iedereen, maar 70% van de Nederlanders denkt dat hun handelen bijdraagt opwarming, stijgende zeespiegel, meer wispelturig weer enzovoort. Dan zou je verwachten dat men het gedrag gaat aanpassen, maar dat doen de meesten niet of in onvoldoende mate. Er is een model dat kan berekenen wat een land gebruikt aan middelen die de aarde beschikbaar stelt. Gebruikt een land meer dan het maximum, dan gaat het fout. Hieraan is een datum te koppelen en voor Nederland viel die begin mei. Dat betekent dat we op veel te grote voet leven. Vroeger zou men zeggen, ‘we leven op de pof’. Ik vrees echter dat we de rekening hiervoor niet gaan betalen in geld, maar in ellende.

    Het moreel kompas gaat wel vaker niet in een logische richting. Zo viel Rusland In 2022 Oekraïne binnen en vonden we dat onjuist en deden we Rusland in de ban en steunden we Oekraïne. Nu valt Israël Libanon (ook een soeverein land) binnen en zeggen we niets. Dit nog afgezien van alle acties die Israël uitvoert ten aanzien van Palestijnen. Het wordt wel veroordeeld, maar verder dan dat gaat het niet, geen sancties, geen represailles. Ook over de VS zeggen we niets, maar het bombarderen van boten en mensen doden zonder proces of bewijs kan volgens internationaal recht niet, net zo min het binnenvallen van een land (Venuzuela) of blokkeren van een Land (Cuba) of het claimen van een land (Groenland). Dan heb ik het nog niet eens over een eenzijdige oorlog tegen Iran. Moreel verwerpelijk, maar toegedekt met de mantel van diplomatie.

    Steeds meer mensen vinden dit niet te begrijpen. Of dat al een meerderheid is, dat durf ik niet te zeggen, maar politieke leiders zeggen ja en amen, maar doen vervolgens niets. En ook dat kan tot een gevaarlijke situatie leiden.

    We begrijpen veel zaken wel en zien soms ook wel de gevaren, maar we handelen er niet op. Je uitspreken is nog niet hetzelfde als overgaan tot actie. Tuurlijk is het bewustzijn een eerste stap, maar daarin kan men niet te lang blijven hangen. Daarnaast speelt ook nog dat generaties X en Y zaken anders aanpakken dan generatie Z. Dat maakt het allemaal niet gemakkelijker. Een collectief moreel kompas zal moeilijk zijn, maar gelukkig zijn er steeds meer mensen die dan maar hun individuele morele kompas aanspreken. En dat is dan alweer een stap vooruit als het vergeleken wordt met 30 tot 40 jaar geleden.

  • De uitgeholde democratie

    Volgens de theorie bestaat democratie uit drie poten (trias politica). De eerste poot moet zorgen voor uitvoer van beleid, de tweede zorgt controle op dat beleid en de derde poot moet recht spreken als zaken niet goed of duidelijk zijn. Het mooie zou zijn als alle drie die poten drie even goed functioneren. Helaas concludeerde de Algemene Rekenkamer vorige week dat er veel mis met die drie poten.

    Democratie is een raar iets. Demo staat voor demos, het volk. De vraag is waar het volk staat in die trias politica. De uitvoering wordt immers gedaan door het Kabinet/ regering(ministers/ staatssecretarissen), de controle door de Tweede (en Eerste) Kamer en rechtspraak door beëdigde rechters. Het volk mag alleen kiezen voor het controlerende deel, in de vorm van stemmen op de leden van de Tweede Kamer. Voor de rest heeft het volk niet zoveel te vertellen. Cratie staat voor Kratien oftewel macht. Heeft het volk nog wel macht? Steeds vaker blijkt van niet. Daarbij doet zich nog een verstorende factor voor, ‘het volk’ spreekt niet met een mond, maar laat verschillende geluiden horen. Nu mogen verschillende meningen bestaan, maar het leidt steeds vaker tot (gewelddadige) conflicten, ook wel polarisatie genoemd. Dat helpt allemaal niet als je een stabiele democratie wilt hebben. Je kan je zelfs afvragen of er wel sprake is van democratie.

    De Algemene Rekenkamer controleert elk jaar of wat de overheid (lees Kabinet en Tweede Kamer) doet wel goed gaat. En dit jaar was er weinig goed nieuws. Naast de algemene controle, nam de Rekenkamer ook een specifiek onderwerp onder de loep en dat was veiligheid.

    Schematische weergave van de Trias Politica in Nederland (vrij naar Creative Commons)

    Allereerst het Kabinet. Dat moet beleid uitvoeren; de regering denkt mee over het maken van beleid. Bij zowel bij de uitvoering als het maken van beleid wordt tekort geschoten. De afgelopen jaren zijn er maar weinig besluiten genomen. Dan kan je zeggen dat het Kabinet eigenlijk niets doet en dat is in een snel veranderde wereld niet goed. En wellicht erger: het kost een hoop geld, € 30 miljard. Door problemen niet op te lossen, blijven ze bestaan. Niet alleen vanuit financieel standpunt is dat slecht, het geeft ook maatschappelijke onvrede. Door het stikstofprobleem niet op te lossen, staat de huizenproductie onder druk. Ook de netcongestie is een onderwerp dat zorgen baart (en geld kost).

    Ook het controlerende deel, de Tweede Kamer, schiet tekort. Zo worden over het beleid talloze evaluaties geschreven. Een evaluatie beschrijft de voortgang van beleid, maar de Tweede Kamer doet hier in 90% van de gevallen niets mee. Men is meer bezig met debatten met weinig toegevoegde waarde in plaats van een echt controlerende functie.

    Tenslotte kampt de rechterlijke macht met een probleem. Als beleid wordt uitgevoerd zoals het bedoeld is en iedereen zich aan de regels houdt, is er niet veel aan de hand. De praktijk is echter anders. Zo wordt er veel beleid in werking gesteld, zonder dat de vraag is gesteld of dit in de praktijk wel uitvoerbaar is. Hier schieten dus zowel het Kabinet als de volksvertegenwoordiging tekort. Kinderen die in de knel komen te zitten in een gezinssituatie zouden zo snel mogelijk geholpen moeten worden, maar in de rechtspraak is er een wachtlijst 1,5 jaar. Niet handig als je jong bent.

    Vaak wordt beleid uitgevoerd door instanties, denk aan de Belastingdienst, Waterstaat of UWV. Dit wordt ook wel semi-overheid genoemd. En daar gaan steeds vaker zaken niet goed. De Belastingdienst moet eigenlijk geld innen, maar is al jaren betrokken bij het uitkeren van allerlei toeslagen. De systemen waarmee gewerkt wordt, zijn verouderd en controles schieten tekort. Bij het UWV gaan zaken mis, bijvoorbeeld omdat men te weinig keuringsartsen heeft en mensen die (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt zijn niet kan beoordelen, wat gevolgen heeft voor de WIA.

    Ook constateert de Rekenkamer dat lange termijn doelen steeds verder uit het oog worden verloren en men slechts bezig is met de korte termijn. Men zoekt te vaak oplossingen in technologie zonder de daadwerkelijke problemen aan te pakken. De Rekenkamer heeft online een dashboard waarop ze de stand van zaken op diverse beleidsterreinen inzichtelijk maakt. Dat geeft geen al te positief beeld.

    Volgens de grondwet is iedereen gelijk, maar in de praktijk valt dat vies tegen. Ook heeft iedereen het recht van spreken, maar dan moet je wel gehoord kunnen worden. Iedereen zou mee moeten mogen doen, maar daar denkt lang niet iedereen zo over. Er is steeds vaker een nationalistische gedachte waarbij vreemdelingen geen plek verdienen. De macht is van iedereen, maar dat werkt in de praktijk toch net anders. En besluiten moeten in vrede genomen kunnen worden, maar gezien de vele bedreigingen van politici staat dat al jaren onder druk. In die zin gaat ‘het volk’ ook niet vrij uit.

    De dreiging van buitenaf neemt toe en dat vraagt om meer inzet op het gebied van veiligheid. Daar schort het nogal eens aan en daar spelen regels een rol. Zo is besloten dat het leger moet uitbreiden, maar als het leger materieel wil aanschaffen, dan moet dat via een openbare aanbesteding, wat vertragend werkt. Daar mag een overheid een uitzondering op maken, maar dan moet ze dat goed onderbouwen. Dat onderbouwen doet onze overheid slecht. Ook blijken fysieke defensiesystemen nog steeds slecht bewaakt (dat was vorig jaar ook al). Er zijn wel kleine verbeteringen, maar onvoldoende.

    Helaas wordt al jaren gewaarschuwd voor deze zaken, maar de Haagse politiek lijkt zich er maar weinig van aan te trekken. Partijpolitiek lijkt nog steeds belangrijker te zijn dan een nationaal belang, de burger zit in de verdrukking en lokale besturen weten niet waar ze aan toe zijn. Allemaal omdat er geen keuzen worden gemaakt.

    De Rekenkamer heeft een lijst opgesteld met 50 risico’s die Nederland loopt, als er niet wordt ingegrepen, Dat gaat van financiën, klimaat, kennisland, wonen, zorg, gelijkheid, veiligheid en defensie tot bestaanszekerheid. 50 punten die een dreiging zijn voor een democratie. Daarmee wordt de democratie, als die al bestaat, ver uitgehold.

  • Eerst veranderen en dan de bron aanpakken

    ‘Nooit meer is nu’ stond er op papiertjes van demonstranten op de Dam bij een stil protest tijdens de dodenherdenking. ‘Nooit meer’ refereert naar het fascisme dat in de Tweede Wereldoorlog voor veel doden zorgde. Niet uit zelfverdediging, maar omdat ze Jood, Roma of Sinti waren. Om zelfs verzetsstrijders. De verandering die de Nazi’s brachten, ging velen een stap te ver.

    Nog steeds herdenken we de doden die vielen in de strijd om deze verandering teniet te doen in de hoop dat die verandering niet nogmaals zou gaan plaatsvinden. Gelukkig is ‘is nu’ nog niet echt van toepassing, maar we moeten wel heel alert zijn, want het is wel ‘is morgen’.

    Sinds de Tweede Wereldoorlog is er veel verandert, wellicht in een richting die er niet zou zijn geweest als er geen oorlog was geweest. Het is moeilijk te zeggen. De oorlog bracht ons ruim 80 jaar geleden in een diep dal. We kropen eruit, we bouwden op, maar braken ook af (de verzuiling). We wilden meer vrijheid, in woord en daad. We hadden een terugval in de jaren 80 (economische crisis) en leermomenten in 2008 (bankencrisis) en 2016 (Panama Papers). Maar we hebben nu bedreigingen die we niet onder ogen willen zien. De enorme berg desinformatie via sociale media en de geschiedsvervalsing die mogelijk gemaakt wordt door AI. In feite is er een verandering in onze samenleving ingeslopen waar we niet om hebben gevraagd. De marktwerking heeft de controle overgenomen en de (democratische) politiek heeft er geen antwoord op.

    Verandering is er in drie vormen. De eerste is de natuurlijke verandering. Die vindt plaats omdat je leert, bijvoorbeeld leren lopen, leren praten of leren lezen. Iemand heeft daar ooit een plan voor gemaakt, maar het zit ingebakken in onze cultuur om het door te voeren. Zelden wordt er een vraag over gesteld.
    Je hebt ook veranderingen die ontstaan door externe factoren. Bijvoorbeeld de fabrikant van het medicijn dat je slikt stopt ermee en het alternatief zorgt voor bijwerkingen. Of nog duidelijker, de president van de VS besluit oorlog te gaan voeren tegen Iran en treft daarmee de hele wereld. Jij kan er weinig tot niets aan doen, maar het treft je wel.
    Je hebt ook een geplande verandering. Dat gaat vaak over een situatie waarin je niet tevreden bent en je een doel stelt waarin je wel tevreden denkt te zijn. Die verandering kun je plannen. Bijvoorbeeld als je wilt afvallen of stoppen met roken. Je kunt dan kijken wat je daarvoor nodig hebt en dat dan gaan regelen.

    De huidige wereld is een mengelmoes van deze drie soorten veranderingen. Daar kun je in meegaan of je ertegen verzetten. Als je je er tegen verzet, dan moet je teruggaan naar de basis. Maar wat is dan die basis? Hoe raar het ook klinkt: het onderwijs.

    Als je kinderen leert in een bepaalde richting te denken, dan kan je daarmee ook de toekomst veranderen. In Rusland schijnt het al zo te zijn dat in het onderwijs het gedachtegoed van Poetin onderwezen wordt en daarmee krijg je al snel dat morgen het nu wordt.

    Maar hoe zit het dan in Nederland? Dat is best schrokkend. In 2022 bracht het PISA rapport al naar voren dat het met het primair onderwijs in Nederland beroerd is gesteld. Je zou denken dat dan alarmbellen afgaan, maar als je het rapport ‘De staat van het onderwijs 2026’ leest, dan springen de tranen je in de ogen. En dat is niet van geluk.

    Het positieve nieuws is dat nog steeds de meerderheid van de scholen goed scoort, maar in toenemende mate is de basis van het primair onderwijs wel zwakker aan het worden. Taal, rekenen en burgerschap zijn zwakke schakels aan het worden. Een van de oorzaken is dat schoolbesturen te weinig tijd hebben de kwaliteit van het onderwijs op peil te houden, maar vooral bezig zijn om onderwijs überhaupt mogelijk te maken. Zorgen voor voldoende kwaliteit kan voorkomen dat je een zwakke school wordt. Daarnaast is het ook van belang dat alle kinderen op een gelijk niveau onderwijs kunnen (of beter moeten) krijgen, maar ook hierin ontstaan steeds grotere verschillen.

    Na het primair onderwijs stromen leerlingen door naar het voortgezet onderwijs. Vooral in het vmbo schiet de kwaliteit tekort en is 24% van de scholen ondermaats. Steeds meer leerlingen halen niet eens het taalniveau 2F (een niveau waarvoor het primair onderwijs minimaal moet zorgen). De inspectie constateert een verslechtering van de kwaliteit van het onderwijs, maar gelukkig voldoet het meeste onderwijs nog.

    Althans, volgens de huidige maatstaven. De inspectie geeft aan dat onderwijs slechts een basis is waarbij sprake is van Erkenning van Verworven Competenties (EVC). Dit is de basis voor Leven Lang Ontwikkelen (LLO). Daar is te weinig toezicht op en vindt er steeds meer diplomafraude plaats (en dat is dan nog zonder invloed van AI).

    Maar kan het onderwijs nog wel voldoende antwoorden geven op de problemen van nu? Denk aan klimaatverandering, biodiversiteit, demografie en geopolitiek. Het onderwijs moet jongeren voorbereiden om deze zaken beheersbaar te maken, maar gaat dat lukken? De ouderen haken steeds meer af omdat ze met pensioen gaan en de jongeren werken op een andere manier. Mensen van mijn generatie maakten vaak een carrière binnen een bedrijf of sector, maar jongeren hebben een fluïde loopbaan. Daarbij is het model van studeren-werken-pensioen achterhaald. Het is nu meer een afwisseling van leren, werken, zorgen, ontdekken, spelen en ontspannen.

    Dat zou ook zomaar kunnen betekenen dat bestaande bedrijfsstructuren moeten veranderen. In de huidige Angelsaksische cultuur zijn veel bedrijven gericht op korte-termijn-winst, vooral op aandrang van aandeelhouders, terwijl de problemen vragen om een lange termijn oplossing. De aanpak moet dus anders, maar tegelijkertijd verandert ook de werknemer. Die werkt geen 40 uur per week meer en zelfs niet meer van 9 tot 5. Sterker nog, om vooruit te komen, zullen werknemers ook tijd moeten hebben om te kunnen blijven leren (LLO).

    Dat leren moet dan wel op basis van feiten en ook daar dreigt een gevaar. Dat heet AI. We zien nu al dat foto’s en films beeldinformatie geven die die niet reëel is en ook steeds meer geschreven informatie is niet meer objectief of betrouwbaar. Als dat gebruikt gaat worden om te leren, dan gaat het al snel fout.

    Deze veranderingen gebeuren. Je zou het een natuurlijke verandering kunnen noemen, maar dat zou het niet mogen zijn. Het is een verandering die je zou moeten plannen. Je zou een doel moeten formuleren, want wat er nu gebeurt is een weg waarvan we geen idee hebben waar die naar toe loopt. ‘Nooit meer is nu’ is een dreiging die je zou kunnen zien, maar een dreiging waarvan je de bron niet kent is wellicht veel gevaarlijker.

  • Elke storm waait over

    In 2008 ging er iets grondig mis in de financiële wereld. De Amerikaanse (zaken)bank Lehman Brothers leed zoveel verlies, dat het uiteindelijk failliet ging. Miljarden dollars waren in rook opgegaan. Het geld zat in hypotheken, onroerend goed en effecten. In zijn val werd wereldwijd een probleem veroorzaakt, want de bank had ook elders zijn geld gestald of producten (die ineens waardeloos bleken) verkocht. Veel banken raakten in problemen en niet alleen banken, zelfs landen en daarmee burgers.

    De bankwereld bleek behoorlijk verrot, maar nog veel erger was dat er totaal geen transparantie was. Mensen verdienden letterlijk miljoenen met ‘producten’ waar een leek niets van kan snappen. In Nederland kennen we het fenomeen woekerpolis, maar dat is slechts een van de vele ondoorzichtige constructies die mensen bij banken optuigden. Merkwaardig genoeg pasten die constructies binnen wettelijke kaders en bestaan nog steeds.

    Een bank is allang geen plek meer waar je een teveel aan geld kan stallen, al dan niet tegen rente, en dat een bank dan simpel anderen daarmee helpt met investeringen. Het is niet een eenvoudig cirkeltje, maar een kluwen die amper is te ontwarren, zelfs niet voor bankmedewerkers zelf. En een bank is overigens geen bank in de zin van een plek waar geld wordt gestald (gespaard) en wordt uitgegeven (geleend). Een bank voor particulieren is iets anders dan een zakenbank en vermogensbeheer is weer wat anders.

    Belastingbetalers moesten bijspringen om te voorkomen dat banken omvielen. De Nederlandse staat kocht bijvoorbeeld ABN. Dan zou je kunnen denken dat een mooie kans is om grip te krijgen op de bankensector, een door de staat gecontroleerde bank. Weliswaar betaald met belastinggeld. Maar niets van dit alles. De bank ging door in hetzelfde spel en de staat wil al jaren af van hun aandeel in de bank.

    Het was letterlijk een dure les en je zou hopen dat dit nooit meer kan gebeuren. De werkelijkheid is anders en het zou zomaar weer kunnen gebeuren. Want banken maken nog steeds honderden miljoenen en zelfs miljarden winst en bonussen zijn onbeschrijfelijk hoog. De werkwijze is in feite nog steeds te groot. Ook te groot zijn de banken zelf, want steeds vaker zijn banken systeembanken met een label ‘too big to fail’. Er is niets gedaan om banken kleiner te maken, eerder het tegenovergestelde.

    Op 3 april 2016, nu 10 jaar geleden, werd de wereld opnieuw opgeschrikt. Deze keer door de Panama Papers. Een klokkenluider speelde twee journalisten in Duitsland heel veel informatie toe, zelfs zoveel dat steeds grotere computers nodig waren om die data op te slaan. Ook teveel informatie om door deze twee journalisten alleen te verwerken en onderzoeken. Ze schakelden daarom een internationaal collectief in om de data te ontrafelen. De data kwamen uit vertrouwelijke documenten van zakelijk dienstverlener Mossack Fonseca uit Mexico (Mossack was een Duitser). Het ging om grootschalige fraude en belastingontwijking. Duizenden schaduwfirma’s bestonden met stromannen als eigenaar om zo de werkelijke eigenaren uit zicht te houden. Die werkelijke eigenaren bleken presidenten, politici, grote filmsterren en sporters die hun geld via offshore bedrijven in belastingparadijzen onzichtbaar te maken.

    Je zou denken dat al die mensen collectief aan de schandpaal genageld zouden worden, maar dat was niet zo. Natuurlijk is de negatieve publiciteit niet fijn, maar heel veel bleek binnen de mazen van wetten gewoon legaal. Wie denkt dat die wetten nu zijn aangepast, komt bedrogen uit. Er zijn wel aanpassingen en formeel zou elk land nu minimaal 15% belasting moeten heffen, maar de realiteit is waarschijnlijk dat het nog steeds massaal wordt ontdoken.

    Zo weten de rijken der aarde het geld weg te houden voor de fiscus, terwijl de ‘gewone man’ op mag draaien voor de kosten, ook als er weer een bank of land omvalt. Daaruit blijkt dat men weinig heeft geleerd. En nog erger, veel landen worden tegenwoordig autocratisch bestuurd en is het helemaal lastig om dit soort zaken überhaupt bespreekbaar te maken.

    De stormen zijn wellicht overgewaaid, maar het kwaad is er nog steeds. Geen politiek systeem dat er iets aan doet. Waar de gemiddelde mens best hard moet werken voor een loon dat in het niet valt bij vermogens die via vage circuits verdwijnen. Als er geld tekort is, wordt het bijgedrukt, want wie denkt dat inflatie alleen ontstaat door duurdere producten, mist een stuk.

    De beurzen gingen omhoog, opnieuw door een fenomeen dat AI heet en waar heel veel geld in om gaat, waarvan maar de vraag is of het ooit wordt terugverdiend. En vooral door wie? De burger betaalt braaf de rekening. Na 2008 en 2016 had er eigenlijk in 2024 weer een financiële ramp in de openbaarheid moeten komen. Het lijkt alsof er niets is gebeurd of is het een mijnbrand die vooral ondergronds en onzichtbaar is. Totdat het fout gaat. En dat moment zou door een een onbezonnen oorlog tegen Iran wel eens dichter bij kunnen zijn dan gedacht.

  • Een wereld zonder mensen

    Doordat er steeds meer mensen op aarde komen en die ook steeds meer willen consumeren, ontstaan er tekorten. Overheden beginnen nu burgers hier bewust van te maken en voor te bereiden op bijvoorbeeld een stroomuitval. Ons zo vanzelfsprekende leventje zou in 72 uur wel eens volledig op zijn kop kunnen komen te staan en enorm ontwrichtend kunnen worden. Het menselijk bestaan hangt nogal af van wat anderen doen of kunnen doen. Als dat wegvalt, dan gebeurt er wat.

    In 2009 en 2010 maakte History Channel een serie over wat er met de aarde gebeurt als er op de een op andere dag geen mensen meer zouden zijn. Vorig jaar kwamen daar nog een aantal afleveringen bij. Ook documentaire Aftermath: Population zero heeft hetzelfde thema. Ik heb altijd al gezegd dat de natuur het makkelijk over kan nemen. Kijk naar de Maya en Inca cultuur die na een kleine 10 eeuwen grotendeels aan het oog zijn onttrekken. Het is niet weg, maar overgroeid.

    Life After People is een serie van History Channel. Bron: IMDb

    De omgeving waarin we leven is mogelijk door allerlei hoogstandjes die de mens heeft gemaakt. Zo blijft ons land droog dankzij pompen, kunnen we dankzij stroom van alles doen enzovoort. Maar wat als dat wegvalt? Stroom is er dankzij mensen die in centrales door verbranding energie opwekken, maar als de brandstoffen niet worden aangevoerd, stopt die bron. Windmolens en zonnepanelen zullen best voor een tijdje voor stroom blijven zorgen, maar het netwerk zal al snel in elkaar storten en veel zaken worden aangestuurd door computers en die zullen ook stoppen. De stroom drinkwater zal wegvallen en ook de gasstroom zal al snel minder worden. Wellicht breken er branden uit omdat de gasleidingen het begeven.

    Dieren die door mensen weinig ruimte kregen, zullen hun plek opeisen en wellicht sneller in populatie toenemen dan de laatste eeuwen mogelijk was. Planten zullen binnen een paar jaar al flink wat straten en panden als bodem om op te groeien hebben gevonden. Bouwconstructies gemaakt door mensen zullen verzwakken en na verloop van tijd instorten. Staalconstructies zullen roesten, ramen uit hun sponningen springen en muren scheuren met een grotere kracht dan woningen in Groningen.

    De omgeving zal veranderen, maar na verloop van decennia zal ook het klimaat anders worden. Gebieden zullen mogelijk door modderstromen instorten. Water komt op plekken waar de mensen het altijd droog heeft gehouden. Wereldwijd zal er in een paar honderd jaar een enorme verandering plaatsvinden en na 1000 jaar zouden veel van de menselijke sporen zijn verdwenen.

    Het geeft eigenlijk aan hoe nietig de mensheid is. Het laat sporen na, maar de aarde zal gewoon doorgaan als de mensheid in al zijn dommigheid zichzelf uitroeit. Als je met die gedachte kijkt naar het gedrag van de mens op deze aarde, is het eigenlijk een tragische komedie. De grootheidswaanzin van sommigen is eigenlijk een nietigheid in het bestaan van de aarde. Ik vraag me af waarom we er bezig zijn. Het antwoord is simpel, de meesten zijn helemaal niet zo. We zijn als nietig wezen in staat grootse dingen te doen, maar de tand des tijds zal het uiteindelijk niet doorstaan.

  • Het links-rechts syndroom

    Er is een bepaald soort conservatisme in het politieke denken. Bij de Franse revolutie kwamen termen als links, rechts en liberaal (toen nog midden) in beeld, simpelweg vanwege de positie die men letterlijk innam rond koning Lodewijk de XIV innam. De Franse revolutie liep niet goed af, maar dat stopt ons niet om termen als links en rechts te gebruiken. Deze termen zijn achterhaald en men zou moeten stoppen met het gebruik ervan.

    Het is namelijk nogal contraproductief en inhoudsloos. Als men geen inhoudelijk argument heeft, dan noemt men het een linkse hobby of een rechts gedachtegoed. De zaken die spelen in onze samenleving zijn helemaal niet in hokjes te plaatsen en dat is precies wat men blijft doen. Dat zie je ook bij het vormen van een regering; het is oppositie (impliceert dat men tegen iets is) tegen coalitie (impliceert samenwerking). Die werkwijze levert niets op en is precies wat al decennia fout gaat.

    Net zo fout gaat het als een hokje een stem verheft. De zorg vindt de zogenaamde bezuiniging niet aanvaardbaar en binnen de zorg zijn er dan weer doelgroepen die willen dat er meer aandacht komt. Het rare is dat het helemaal geen bezuiniging is. Al jaren stijgen de zorgkosten en daar wil men iets aan doen. Een minder forse stijging van de kosten is geen bezuiniging (dan ga je minder uitgeven). Het is al jaren bekend dat met de huidige stijging van de zorgkosten er een impasse zal ontstaan. Men vindt ook dat er minder kosten aan defensie moeten worden gedaan, maar nog geen jaar geleden heeft men ingestemd met een investering tot 5% van het BBP, dat kun je niet weer loslaten, dat is onbehoorlijk bestuur. En 5% voor defensie is nog altijd minder dan de 10% die de zorgkosten innemen. Het zijn keuzen en die zijn niet links of rechts.

    Het probleem is dat als er financiële maatregelen worden genomen, de laagste inkomens als eerste de klos zijn, simpelweg omdat € 50 op een minimum inkomen een grotere impact heeft dan hetzelfde bedrag bij twee keer een modaal inkomen. De vraag of dat eerlijk is, is er ook niet een van links of rechts. Dat komt omdat als de groep mensen die in de (financiële) verdrukking komt groter wordt, uiteindelijk de hele samenleving daar last van heeft. Het blijft echter dat men een gebrek aan visie heeft. En niet alleen dat, grote groepen mensen weten niet wat preventie inhoud, laat staan wat verandering betekent. Verandering begint met het loslaten van je huidige situatie en dat is voor velen al een probleem. Het gaat om loslaten van gewoonten, een aanpassing van je gedrag, routines veranderen en soms accepteren dat je het (tijdelijk) met minder moet doen. Helaas zijn de meesten opgegroeid dat groei de enige weg is. Groei is best mogelijk, maar dan moet je niet in financiën denken.

    Een groei in welzijn (geluk, zingeving) is niet in geld uit te drukken. Bijvoorbeeld investeren in verandering van leefstijl wordt gezien als een kostenpost. Dat komt door het gebrek om gezondheidswinst uit te drukken in geld. Vanuit de overheid zijn er meerdere programma’s die gericht zijn op die gezondheidsverbetering en waar ook best geld voor beschikbaar is. Bij het grote publiek zijn die programma’s onbekend en ook de winst die daarmee behaald wordt. Gezondheid is niet een links of rechts verhaal, want ziekten als kanker, diabetes of obesitas houden geen rekening met je politieke voorkeur.

    Ook bij de komende gemeenteraadsverkiezingen zal het waarschijnlijk gaan om het benadrukken van de verschillen. Dat is zogenaamd belangrijk omdat dan zo de kiezer weet wat de verschillen in keuzen zijn. Overeenkomsten doen er niet toe. Zeg maar dat het negatieve het wint van het positieve. En zo houden we elkaar in een ijzige greep, die niet zal leiden tot iets waar een ruime meerderheid blij van wordt.

    In Den Haag moeten ze het gaan doen met een minderheidsregering. Het geeft al een beeld aan hoe verdeeld het volk is. Democratie is bedoeld om het volk een bepaalde macht te geven, maar dat gaat niet lukken als de verdeeldheid zo groot is. Verdeel en heers was al bekend bij de Romeinen, maar ook dat blijkt, net zoals links-rechts denken, nog steeds te werken.

  • Het verlies van democratie

    29 oktober gingen ruim 10 miljoen mensen naar de stembus. Dat hadden er 13 miljoen kunnen zijn. De uitslag was redelijk onthutsend. Ze zeggen wel eens dat democratie democratisch opgeheven kan worden. En dat proces is al langere tijd gaande, alleen hebben velen hebben dat nog niet door. Wie een beetje buiten de landsgrenzen kijkt zal door hebben dat democratie wereldwijd aan het verliezen is. Toch blijven velen vastklampen aan het idee dat er een democratie is.

    In Nederland begint het er al mee dat de meest ondemocratische partij al tijden veel stemmen krijgt. De PVV is namelijk geen echte partij, er is maar 1 lid en er is geen partijraad waarbij leden democratisch mogen stemmen over de inhoud van het verkiezingsprogramma. Er is slechts 1 iemand die bepaalt en dat terwijl democratie zegt dat niemand eigenaar kan zijn van democratie. PVV is een autocratische partij, die nooit zal doen wat er is beloofd. Blijkbaar geloven 1,7 miljoen mensen nog steeds dat deze autocraat meer voorspoed zal brengen, terwijl elk wetenschappelijk bureau zegt dat dit niet zo zal zijn. Reken er maar niet op dat als vandaag de grenzen dicht gaan, mensen sneller een huis zullen hebben, armoede zal verdwijnen, de zorg zal verbeteren en het woningtekort opgelost zal zijn. Daarvoor is echt meer nodig.

    Maar de partijen die wel een democratie voorstaan (althans in naam) zijn ook niet helemaal zo democratisch. Al voor de verkiezingen waren er veel debatten waar het meer ging om de verschillen ging dan om de overeenkomsten. De kracht van democratie is juist overeenkomst, immers democratie gaat over wat we samen (wel) willen, niet over wat we niet willen. Helaas is het samen willen doen niet belangrijk en gaat partijbelang voor welke vorm van landsbelang dan ook. Dat is al jaren zo en dat geldt dan vooral voor de partijen die al jaren tot de grotere partijen horen. Maar nu kan er geconcludeerd worden dat de grootste partij de kleinste grootste partij ooit is. Het stemmende volk is verdeeld tot op het bot en de Romeinen wisten al dat ‘verdeel en heers’ een prima werkwijze is om burgers onder de duim te houden. Nu kiest het volk dus massaal voor die verdeling, alleen is de vraag wie in het gat van heersen zal springen.

    Er is nog iets geks aan de hand in Nederland. Terwijl landelijk er amper iets van de grond komt, gaat het op provinciaal en lokaal niveau juist veel beter. Voordat we in 1848 een grondwet kregen, was het land eigenlijk opgebouwd uit 7 soevereine staten die vanuit Holland min of meer samenwerkten. Holland bezat geld en de rest van Nederland kon leveren waar behoefte aan was. En die kant lijkt het weer op te gaan. Waar de centrale overheid verstek laat gaan om zaken te regelen, proberen provincies en gemeenten de grenzen van de wettelijke regels op te zoeken om zaken wel geregeld te krijgen. In Brabant wil men landbouwers creatief laten omgaan met de stikstofregels en gemeenten rekken de regels voor de bijstand steeds verderop, bijvoorbeeld door bijstandontvangers die willen samenwonen niet voor de helft te korten.

    In feite wordt er een stap terug gedaan in de tijd. Geen verstandige stap, want het oprichten van de Staten Generaal was niet voor niets. Nog afgezien van het verdrag van Wenen, is het gezamenlijk optrekken om meer redenen beter. Zo kun je een land beter verdedigen met 1 leger dan 12 aparte legers en ook is het prettig als je gezamenlijk wegen kan aanleggen en een vorm van belasting hebt. In het verleden was dat niet zo en dat zorgde voor aardig wat sociale ellende.

    Helaas kennen velen de geschiedenis niet meer. Het individualisme heeft de laatste decennia aardig toegeslagen. In een democratie kun je niet zeggen dat het land of toekomst van jou is, want daar moet je gezamenlijke aan werken. Door de verdeelde uitslag, lijkt die samenwerking ver weg. Waar tot de jaren vijftig van de vorige eeuw nog sprake was verzuiling langs vier zuilen (socialisme, liberalisme, katholiek en protestant), is dat allang weg. Als er 27 partijen nodig zijn om de meningen te vertegenwoordigen, dan is er iets grondig mis.

    De samenleving is veranderd. Nederland is groot geworden door handel. Van belang was dat iedereen meedeed en tolerantie voor diegenen die meededen was groot. Diegenen die dat niet deden, konden rekenen op een minder fijn resultaat. Nederland is echter allang niet meer wat het lijkt. Veel zogenaamd Nederlandse bedrijven zijn in buitenlandse handen en een haven van Rotterdam is allang geen Nederlands trots meer als je beseft dat 80% in buitenlandse handen is. Wie denkt dat we democratisch nog zeggenschap over dit land hebben, heeft een paar stappen gemist. Het gaat niet meer om links of rechts beleid, maar om een vaststelling van de eigen identiteit. Door verkeerde beeldvorming weten velen niet meer wie ze zijn, voor wie ze werken en wie ze tot slachtoffer maken. Geld (in vorm van kapitalisme) is een belangrijkere drijfveer dan moreel besef. Wat zich links (progressief sociaal) noemt is allang niet meer wat we zijn. De keuze is allang gemaakt dat menselijkheid niet de maatstaf is, althans politiek gezien.

    Wie op veel kleinere schaal kijkt, bijvoorbeeld op dorps-, buurt- of wijkniveau ziet dat er nog best veel mogelijk is. Die realiteit is er echter niet in de democratie van parlementair geleid land. In feite hebben mensen niet gekozen met in hun gedachte wat is goed van mijn buurt, maar goed voor het land. In 1961 sprak Kennedy: ‘Ask not what the country can do for you, but ask what you can do for your country’. Hij constateerde toen al dat de wereld was veranderd, dat er soevereine staten zijn en de vraag was of een staat gezond of ziek moest zijn. De wereld is sinds die tijd alweer fors veranderd. Soevereine landsgrenzen maken steeds minder uit en de wereld digitaliseert in rap tempo. De revoluties komen niet meer van het volk, maar van bedrijven en personen met een absurd financieel vermogen. Veel jongeren tot 25 jaar weten al niet meer hoe het is om te leven in een analoge wereld. De typemachines waarmee ik werkte, staan nu in een museum en zelfs de eerste computers staan daar al. De veranderingen gaan zo snel, dat het geen wonder is dat mensen het niet meer kunnen (of willen) bijbenen.

    Het vraagt om een discussie hoe we het systeem zouden willen veranderen, maar dat helpt alleen als we nog denken grip op het systeem te hebben. Een ding is duidelijk, als je geen democratie hebt, dan is de vraag of je grip kan hebben op het systeem een overbodige vraag. De weinige partijen die wel wilden praten over een systeemverandering, zijn geëindigd in de kantlijnen. Daarmee hebben we de democratie in feite begraven.

    Dan kun je als land rijk zijn, als inwoner gelukkig, op buurtniveau prachtige zaken kunnen opzetten, maar dat is geen garantie dat dit zo blijft. Er is echter een sprankje hoop en dat is dat democratie van onderaf begint en dat biedt wel kansen voor de toekomst, zolang men die ruimte nog krijgt.