Categorie: Blog

  • Elke storm waait over

    In 2008 ging er iets grondig mis in de financiële wereld. De Amerikaanse (zaken)bank Lehman Brothers leed zoveel verlies, dat het uiteindelijk failliet ging. Miljarden dollars waren in rook opgegaan. Het geld zat in hypotheken, onroerend goed en effecten. In zijn val werd wereldwijd een probleem veroorzaakt, want de bank had ook elders zijn geld gestald of producten (die ineens waardeloos bleken) verkocht. Veel banken raakten in problemen en niet alleen banken, zelfs landen en daarmee burgers.

    De bankwereld bleek behoorlijk verrot, maar nog veel erger was dat er totaal geen transparantie was. Mensen verdienden letterlijk miljoenen met ‘producten’ waar een leek niets van kan snappen. In Nederland kennen we het fenomeen woekerpolis, maar dat is slechts een van de vele ondoorzichtige constructies die mensen bij banken optuigden. Merkwaardig genoeg pasten die constructies binnen wettelijke kaders en bestaan nog steeds.

    Een bank is allang geen plek meer waar je een teveel aan geld kan stallen, al dan niet tegen rente, en dat een bank dan simpel anderen daarmee helpt met investeringen. Het is niet een eenvoudig cirkeltje, maar een kluwen die amper is te ontwarren, zelfs niet voor bankmedewerkers zelf. En een bank is overigens geen bank in de zin van een plek waar geld wordt gestald (gespaard) en wordt uitgegeven (geleend). Een bank voor particulieren is iets anders dan een zakenbank en vermogensbeheer is weer wat anders.

    Belastingbetalers moesten bijspringen om te voorkomen dat banken omvielen. De Nederlandse staat kocht bijvoorbeeld ABN. Dan zou je kunnen denken dat een mooie kans is om grip te krijgen op de bankensector, een door de staat gecontroleerde bank. Weliswaar betaald met belastinggeld. Maar niets van dit alles. De bank ging door in hetzelfde spel en de staat wil al jaren af van hun aandeel in de bank.

    Het was letterlijk een dure les en je zou hopen dat dit nooit meer kan gebeuren. De werkelijkheid is anders en het zou zomaar weer kunnen gebeuren. Want banken maken nog steeds honderden miljoenen en zelfs miljarden winst en bonussen zijn onbeschrijfelijk hoog. De werkwijze is in feite nog steeds te groot. Ook te groot zijn de banken zelf, want steeds vaker zijn banken systeembanken met een label ‘too big to fail’. Er is niets gedaan om banken kleiner te maken, eerder het tegenovergestelde.

    Op 3 april 2016, nu 10 jaar geleden, werd de wereld opnieuw opgeschrikt. Deze keer door de Panama Papers. Een klokkenluider speelde twee journalisten in Duitsland heel veel informatie toe, zelfs zoveel dat steeds grotere computers nodig waren om die data op te slaan. Ook teveel informatie om door deze twee journalisten alleen te verwerken en onderzoeken. Ze schakelden daarom een internationaal collectief in om de data te ontrafelen. De data kwamen uit vertrouwelijke documenten van zakelijk dienstverlener Mossack Fonseca uit Mexico (Mossack was een Duitser). Het ging om grootschalige fraude en belastingontwijking. Duizenden schaduwfirma’s bestonden met stromannen als eigenaar om zo de werkelijke eigenaren uit zicht te houden. Die werkelijke eigenaren bleken presidenten, politici, grote filmsterren en sporters die hun geld via offshore bedrijven in belastingparadijzen onzichtbaar te maken.

    Je zou denken dat al die mensen collectief aan de schandpaal genageld zouden worden, maar dat was niet zo. Natuurlijk is de negatieve publiciteit niet fijn, maar heel veel bleek binnen de mazen van wetten gewoon legaal. Wie denkt dat die wetten nu zijn aangepast, komt bedrogen uit. Er zijn wel aanpassingen en formeel zou elk land nu minimaal 15% belasting moeten heffen, maar de realiteit is waarschijnlijk dat het nog steeds massaal wordt ontdoken.

    Zo weten de rijken der aarde het geld weg te houden voor de fiscus, terwijl de ‘gewone man’ op mag draaien voor de kosten, ook als er weer een bank of land omvalt. Daaruit blijkt dat men weinig heeft geleerd. En nog erger, veel landen worden tegenwoordig autocratisch bestuurd en is het helemaal lastig om dit soort zaken überhaupt bespreekbaar te maken.

    De stormen zijn wellicht overgewaaid, maar het kwaad is er nog steeds. Geen politiek systeem dat er iets aan doet. Waar de gemiddelde mens best hard moet werken voor een loon dat in het niet valt bij vermogens die via vage circuits verdwijnen. Als er geld tekort is, wordt het bijgedrukt, want wie denkt dat inflatie alleen ontstaat door duurdere producten, mist een stuk.

    De beurzen gingen omhoog, opnieuw door een fenomeen dat AI heet en waar heel veel geld in om gaat, waarvan maar de vraag is of het ooit wordt terugverdiend. En vooral door wie? De burger betaalt braaf de rekening. Na 2008 en 2016 had er eigenlijk in 2024 weer een financiële ramp in de openbaarheid moeten komen. Het lijkt alsof er niets is gebeurd of is het een mijnbrand die vooral ondergronds en onzichtbaar is. Totdat het fout gaat. En dat moment zou door een een onbezonnen oorlog tegen Iran wel eens dichter bij kunnen zijn dan gedacht.

  • Een wereld zonder mensen

    Doordat er steeds meer mensen op aarde komen en die ook steeds meer willen consumeren, ontstaan er tekorten. Overheden beginnen nu burgers hier bewust van te maken en voor te bereiden op bijvoorbeeld een stroomuitval. Ons zo vanzelfsprekende leventje zou in 72 uur wel eens volledig op zijn kop kunnen komen te staan en enorm ontwrichtend kunnen worden. Het menselijk bestaan hangt nogal af van wat anderen doen of kunnen doen. Als dat wegvalt, dan gebeurt er wat.

    In 2009 en 2010 maakte History Channel een serie over wat er met de aarde gebeurt als er op de een op andere dag geen mensen meer zouden zijn. Vorig jaar kwamen daar nog een aantal afleveringen bij. Ook documentaire Aftermath: Population zero heeft hetzelfde thema. Ik heb altijd al gezegd dat de natuur het makkelijk over kan nemen. Kijk naar de Maya en Inca cultuur die na een kleine 10 eeuwen grotendeels aan het oog zijn onttrekken. Het is niet weg, maar overgroeid.

    Life After People is een serie van History Channel. Bron: IMDb

    De omgeving waarin we leven is mogelijk door allerlei hoogstandjes die de mens heeft gemaakt. Zo blijft ons land droog dankzij pompen, kunnen we dankzij stroom van alles doen enzovoort. Maar wat als dat wegvalt? Stroom is er dankzij mensen die in centrales door verbranding energie opwekken, maar als de brandstoffen niet worden aangevoerd, stopt die bron. Windmolens en zonnepanelen zullen best voor een tijdje voor stroom blijven zorgen, maar het netwerk zal al snel in elkaar storten en veel zaken worden aangestuurd door computers en die zullen ook stoppen. De stroom drinkwater zal wegvallen en ook de gasstroom zal al snel minder worden. Wellicht breken er branden uit omdat de gasleidingen het begeven.

    Dieren die door mensen weinig ruimte kregen, zullen hun plek opeisen en wellicht sneller in populatie toenemen dan de laatste eeuwen mogelijk was. Planten zullen binnen een paar jaar al flink wat straten en panden als bodem om op te groeien hebben gevonden. Bouwconstructies gemaakt door mensen zullen verzwakken en na verloop van tijd instorten. Staalconstructies zullen roesten, ramen uit hun sponningen springen en muren scheuren met een grotere kracht dan woningen in Groningen.

    De omgeving zal veranderen, maar na verloop van decennia zal ook het klimaat anders worden. Gebieden zullen mogelijk door modderstromen instorten. Water komt op plekken waar de mensen het altijd droog heeft gehouden. Wereldwijd zal er in een paar honderd jaar een enorme verandering plaatsvinden en na 1000 jaar zouden veel van de menselijke sporen zijn verdwenen.

    Het geeft eigenlijk aan hoe nietig de mensheid is. Het laat sporen na, maar de aarde zal gewoon doorgaan als de mensheid in al zijn dommigheid zichzelf uitroeit. Als je met die gedachte kijkt naar het gedrag van de mens op deze aarde, is het eigenlijk een tragische komedie. De grootheidswaanzin van sommigen is eigenlijk een nietigheid in het bestaan van de aarde. Ik vraag me af waarom we er bezig zijn. Het antwoord is simpel, de meesten zijn helemaal niet zo. We zijn als nietig wezen in staat grootse dingen te doen, maar de tand des tijds zal het uiteindelijk niet doorstaan.

  • Het links-rechts syndroom

    Er is een bepaald soort conservatisme in het politieke denken. Bij de Franse revolutie kwamen termen als links, rechts en liberaal (toen nog midden) in beeld, simpelweg vanwege de positie die men letterlijk innam rond koning Lodewijk de XIV innam. De Franse revolutie liep niet goed af, maar dat stopt ons niet om termen als links en rechts te gebruiken. Deze termen zijn achterhaald en men zou moeten stoppen met het gebruik ervan.

    Het is namelijk nogal contraproductief en inhoudsloos. Als men geen inhoudelijk argument heeft, dan noemt men het een linkse hobby of een rechts gedachtegoed. De zaken die spelen in onze samenleving zijn helemaal niet in hokjes te plaatsen en dat is precies wat men blijft doen. Dat zie je ook bij het vormen van een regering; het is oppositie (impliceert dat men tegen iets is) tegen coalitie (impliceert samenwerking). Die werkwijze levert niets op en is precies wat al decennia fout gaat.

    Net zo fout gaat het als een hokje een stem verheft. De zorg vindt de zogenaamde bezuiniging niet aanvaardbaar en binnen de zorg zijn er dan weer doelgroepen die willen dat er meer aandacht komt. Het rare is dat het helemaal geen bezuiniging is. Al jaren stijgen de zorgkosten en daar wil men iets aan doen. Een minder forse stijging van de kosten is geen bezuiniging (dan ga je minder uitgeven). Het is al jaren bekend dat met de huidige stijging van de zorgkosten er een impasse zal ontstaan. Men vindt ook dat er minder kosten aan defensie moeten worden gedaan, maar nog geen jaar geleden heeft men ingestemd met een investering tot 5% van het BBP, dat kun je niet weer loslaten, dat is onbehoorlijk bestuur. En 5% voor defensie is nog altijd minder dan de 10% die de zorgkosten innemen. Het zijn keuzen en die zijn niet links of rechts.

    Het probleem is dat als er financiële maatregelen worden genomen, de laagste inkomens als eerste de klos zijn, simpelweg omdat € 50 op een minimum inkomen een grotere impact heeft dan hetzelfde bedrag bij twee keer een modaal inkomen. De vraag of dat eerlijk is, is er ook niet een van links of rechts. Dat komt omdat als de groep mensen die in de (financiële) verdrukking komt groter wordt, uiteindelijk de hele samenleving daar last van heeft. Het blijft echter dat men een gebrek aan visie heeft. En niet alleen dat, grote groepen mensen weten niet wat preventie inhoud, laat staan wat verandering betekent. Verandering begint met het loslaten van je huidige situatie en dat is voor velen al een probleem. Het gaat om loslaten van gewoonten, een aanpassing van je gedrag, routines veranderen en soms accepteren dat je het (tijdelijk) met minder moet doen. Helaas zijn de meesten opgegroeid dat groei de enige weg is. Groei is best mogelijk, maar dan moet je niet in financiën denken.

    Een groei in welzijn (geluk, zingeving) is niet in geld uit te drukken. Bijvoorbeeld investeren in verandering van leefstijl wordt gezien als een kostenpost. Dat komt door het gebrek om gezondheidswinst uit te drukken in geld. Vanuit de overheid zijn er meerdere programma’s die gericht zijn op die gezondheidsverbetering en waar ook best geld voor beschikbaar is. Bij het grote publiek zijn die programma’s onbekend en ook de winst die daarmee behaald wordt. Gezondheid is niet een links of rechts verhaal, want ziekten als kanker, diabetes of obesitas houden geen rekening met je politieke voorkeur.

    Ook bij de komende gemeenteraadsverkiezingen zal het waarschijnlijk gaan om het benadrukken van de verschillen. Dat is zogenaamd belangrijk omdat dan zo de kiezer weet wat de verschillen in keuzen zijn. Overeenkomsten doen er niet toe. Zeg maar dat het negatieve het wint van het positieve. En zo houden we elkaar in een ijzige greep, die niet zal leiden tot iets waar een ruime meerderheid blij van wordt.

    In Den Haag moeten ze het gaan doen met een minderheidsregering. Het geeft al een beeld aan hoe verdeeld het volk is. Democratie is bedoeld om het volk een bepaalde macht te geven, maar dat gaat niet lukken als de verdeeldheid zo groot is. Verdeel en heers was al bekend bij de Romeinen, maar ook dat blijkt, net zoals links-rechts denken, nog steeds te werken.

  • Het verlies van democratie

    29 oktober gingen ruim 10 miljoen mensen naar de stembus. Dat hadden er 13 miljoen kunnen zijn. De uitslag was redelijk onthutsend. Ze zeggen wel eens dat democratie democratisch opgeheven kan worden. En dat proces is al langere tijd gaande, alleen hebben velen hebben dat nog niet door. Wie een beetje buiten de landsgrenzen kijkt zal door hebben dat democratie wereldwijd aan het verliezen is. Toch blijven velen vastklampen aan het idee dat er een democratie is.

    In Nederland begint het er al mee dat de meest ondemocratische partij al tijden veel stemmen krijgt. De PVV is namelijk geen echte partij, er is maar 1 lid en er is geen partijraad waarbij leden democratisch mogen stemmen over de inhoud van het verkiezingsprogramma. Er is slechts 1 iemand die bepaalt en dat terwijl democratie zegt dat niemand eigenaar kan zijn van democratie. PVV is een autocratische partij, die nooit zal doen wat er is beloofd. Blijkbaar geloven 1,7 miljoen mensen nog steeds dat deze autocraat meer voorspoed zal brengen, terwijl elk wetenschappelijk bureau zegt dat dit niet zo zal zijn. Reken er maar niet op dat als vandaag de grenzen dicht gaan, mensen sneller een huis zullen hebben, armoede zal verdwijnen, de zorg zal verbeteren en het woningtekort opgelost zal zijn. Daarvoor is echt meer nodig.

    Maar de partijen die wel een democratie voorstaan (althans in naam) zijn ook niet helemaal zo democratisch. Al voor de verkiezingen waren er veel debatten waar het meer ging om de verschillen ging dan om de overeenkomsten. De kracht van democratie is juist overeenkomst, immers democratie gaat over wat we samen (wel) willen, niet over wat we niet willen. Helaas is het samen willen doen niet belangrijk en gaat partijbelang voor welke vorm van landsbelang dan ook. Dat is al jaren zo en dat geldt dan vooral voor de partijen die al jaren tot de grotere partijen horen. Maar nu kan er geconcludeerd worden dat de grootste partij de kleinste grootste partij ooit is. Het stemmende volk is verdeeld tot op het bot en de Romeinen wisten al dat ‘verdeel en heers’ een prima werkwijze is om burgers onder de duim te houden. Nu kiest het volk dus massaal voor die verdeling, alleen is de vraag wie in het gat van heersen zal springen.

    Er is nog iets geks aan de hand in Nederland. Terwijl landelijk er amper iets van de grond komt, gaat het op provinciaal en lokaal niveau juist veel beter. Voordat we in 1848 een grondwet kregen, was het land eigenlijk opgebouwd uit 7 soevereine staten die vanuit Holland min of meer samenwerkten. Holland bezat geld en de rest van Nederland kon leveren waar behoefte aan was. En die kant lijkt het weer op te gaan. Waar de centrale overheid verstek laat gaan om zaken te regelen, proberen provincies en gemeenten de grenzen van de wettelijke regels op te zoeken om zaken wel geregeld te krijgen. In Brabant wil men landbouwers creatief laten omgaan met de stikstofregels en gemeenten rekken de regels voor de bijstand steeds verderop, bijvoorbeeld door bijstandontvangers die willen samenwonen niet voor de helft te korten.

    In feite wordt er een stap terug gedaan in de tijd. Geen verstandige stap, want het oprichten van de Staten Generaal was niet voor niets. Nog afgezien van het verdrag van Wenen, is het gezamenlijk optrekken om meer redenen beter. Zo kun je een land beter verdedigen met 1 leger dan 12 aparte legers en ook is het prettig als je gezamenlijk wegen kan aanleggen en een vorm van belasting hebt. In het verleden was dat niet zo en dat zorgde voor aardig wat sociale ellende.

    Helaas kennen velen de geschiedenis niet meer. Het individualisme heeft de laatste decennia aardig toegeslagen. In een democratie kun je niet zeggen dat het land of toekomst van jou is, want daar moet je gezamenlijke aan werken. Door de verdeelde uitslag, lijkt die samenwerking ver weg. Waar tot de jaren vijftig van de vorige eeuw nog sprake was verzuiling langs vier zuilen (socialisme, liberalisme, katholiek en protestant), is dat allang weg. Als er 27 partijen nodig zijn om de meningen te vertegenwoordigen, dan is er iets grondig mis.

    De samenleving is veranderd. Nederland is groot geworden door handel. Van belang was dat iedereen meedeed en tolerantie voor diegenen die meededen was groot. Diegenen die dat niet deden, konden rekenen op een minder fijn resultaat. Nederland is echter allang niet meer wat het lijkt. Veel zogenaamd Nederlandse bedrijven zijn in buitenlandse handen en een haven van Rotterdam is allang geen Nederlands trots meer als je beseft dat 80% in buitenlandse handen is. Wie denkt dat we democratisch nog zeggenschap over dit land hebben, heeft een paar stappen gemist. Het gaat niet meer om links of rechts beleid, maar om een vaststelling van de eigen identiteit. Door verkeerde beeldvorming weten velen niet meer wie ze zijn, voor wie ze werken en wie ze tot slachtoffer maken. Geld (in vorm van kapitalisme) is een belangrijkere drijfveer dan moreel besef. Wat zich links (progressief sociaal) noemt is allang niet meer wat we zijn. De keuze is allang gemaakt dat menselijkheid niet de maatstaf is, althans politiek gezien.

    Wie op veel kleinere schaal kijkt, bijvoorbeeld op dorps-, buurt- of wijkniveau ziet dat er nog best veel mogelijk is. Die realiteit is er echter niet in de democratie van parlementair geleid land. In feite hebben mensen niet gekozen met in hun gedachte wat is goed van mijn buurt, maar goed voor het land. In 1961 sprak Kennedy: ‘Ask not what the country can do for you, but ask what you can do for your country’. Hij constateerde toen al dat de wereld was veranderd, dat er soevereine staten zijn en de vraag was of een staat gezond of ziek moest zijn. De wereld is sinds die tijd alweer fors veranderd. Soevereine landsgrenzen maken steeds minder uit en de wereld digitaliseert in rap tempo. De revoluties komen niet meer van het volk, maar van bedrijven en personen met een absurd financieel vermogen. Veel jongeren tot 25 jaar weten al niet meer hoe het is om te leven in een analoge wereld. De typemachines waarmee ik werkte, staan nu in een museum en zelfs de eerste computers staan daar al. De veranderingen gaan zo snel, dat het geen wonder is dat mensen het niet meer kunnen (of willen) bijbenen.

    Het vraagt om een discussie hoe we het systeem zouden willen veranderen, maar dat helpt alleen als we nog denken grip op het systeem te hebben. Een ding is duidelijk, als je geen democratie hebt, dan is de vraag of je grip kan hebben op het systeem een overbodige vraag. De weinige partijen die wel wilden praten over een systeemverandering, zijn geëindigd in de kantlijnen. Daarmee hebben we de democratie in feite begraven.

    Dan kun je als land rijk zijn, als inwoner gelukkig, op buurtniveau prachtige zaken kunnen opzetten, maar dat is geen garantie dat dit zo blijft. Er is echter een sprankje hoop en dat is dat democratie van onderaf begint en dat biedt wel kansen voor de toekomst, zolang men die ruimte nog krijgt.

  • De democratie in gevaar

    Tussen 1950 en 1990 opereerde in het voormalige Oost-Duitsland (DDR) de Stasi. Dit was een inlichtingen- en veiligheidsdienst die moest zorgen voor de vrijheid, menswaardigheid en bescherming van de inwoners van dat land. In de praktijk zorgde het voor veel wantrouwen, want naast een groot aantal vaste medewerkers kon de dienst rekenen op veel, heel veel, informatie van burgers. Er waren zelfs burgers die er niet voor schroomde hun eigen familie aan te geven. De Staat die controle heeft over burgers was niet de meeste ideale vorm van samenleving, al zullen de meningen hierover verdeeld zijn.

    Wie denkt dat dit iets is uit de geschiedenis, komt bedrogen uit. Ook vandaag bestaat deze staatscontrole. Niet in de laatste plaats dankzij de digitale revolutie. Het is geen geheim dat in landen als China al decennia informatie over burgers wordt verzameld en ook daadwerkelijk tegen burgers wordt gebruikt. Niet als straf, maar als een controlemiddel. Anders gezegd om de vrijheid van burgers af te nemen.

    Nu denken velen dat dit in Nederland niet zo is, maar helaas is dat niet zo. Sommigen zeggen dat geen geheimen hebben, maar als er ergens een datalek is geweest waar veel persoonlijke gegevens zijn gestolen, dan komt er toch een behoorlijke dosis wantrouwen om de hoek kijken. Sterker nog, de meeste burgers hebben geen idee welke informatie er over hen is opgeslagen. En erger nog, ze weten ook niet waar die informatie is opgeslagen. Bij de Stasi was er sprake van een enorm papieren archief die binnen de landsgrenzen te vinden was. Tegenwoordig wordt zo’n beetje alles digitaal opgeslagen en dat kan overal op de wereld zijn. En die informatie kan tegen je gebruikt worden, kijk bijvoorbeeld naar de VS, waar reizigers die zich kritisch over Trump hebben uitgelaten ineens geen inreisvisum meer krijgen. Dit nog afgezien wat de Amerikaanse overheid nog meer doet met die informatie. Zelfs de Nederlandse geheime dienst kiest er nu voor minder informatie met de VS te delen.

    Ook dichterbij huis kan die informatie tegen je gebruikt worden. Er wordt namelijk ontzettend veel data opgeslagen, waaronder ook veel persoonlijke informatie. Die data wordt door algoritmen geanalyseerd en dan kun je ineens een toeslagenslachtoffer worden. Maar je kan (ongemerkt) in politieregisters voorkomen of in andere registers die je leven zomaar dwars kunnen zitten. Met de komst van AI wordt het er allemaal niet beter op. Data verzamelen is financieel een aantrekkelijke bezigheid geworden waar vooral grote ondernemingen (big tech) enorme winsten mee boeken.

    Anders gezegd, informatie is geld waard, maar het is tevens een enorme bedreiging van onze democratie. Met de juiste informatie kunnen mensen namelijk onder druk worden gezet, net zoals in de Stasitijd. Het ergste is dat veel mensen niet eens in de gaten hebben dat ze worden gemanipuleerd en als ze het wel weten, het niet zo erg vinden. Door AI worden we nu al bestookt met fictieve filmpjes die we als waarheid aannemen of overladen met nep nieuws. Daar waar AI heel nuttig kan zijn, bijvoorbeeld in de zorg of bij berekeningen van gevolgen van bepaalde projecten, kan het dus ook heel schadelijk zijn. Op Linkedin stond een vraag: ‘Als de mensheid niet meer zou kunnen liegen, welke instelling zal dan als eerste omvallen?’; de antwoorden: politiek, religie, samenleving, (sociale) media, advertenties/marketing, farmacie, huwelijk/relaties en industrie (geheel in willekeurige volgorde). De onwaarheid is blijkbaar wijdverspreid. U kunt zich voorstellen wat er dan gebeurt als die instellingen over uw informatie beschikken.

    Nu is Europa wel het continent dat meest vergaande regelgeving heeft op het gebied de digitalisering, maar toch loopt deze Digital Service Act (DSA) achter de feiten aan. Zelfs als een bedrijf aangeklaagd wordt volgens deze wet, dan kan het nog lang duren voordat het effect heeft of bedrijven vinden toch een achterdeur om mensen te misleiden. Grote platforms zoals Google, Facebook, Tiktok, maar ook Microsoft en Apple hebben al te maken gehad met deze DSA. Toch doet het deze bedrijven niets, want ze zijn zo machtig, dat zelfs een boete van een paar miljard Euro ze geen pijn doet. En bedenk dat een aantal van deze bedrijven pas amper 15 jaar actief zijn zoals sociale media.

    De invloed op beleid en ons leven is groot. Terwijl de overheid vapes met een smaakje heeft verboden, kun je ze online gewoon kopen. Gokken mag alleen bij bedrijven met een vergunning, maar sinds de regulering van gokken is het aantal illegale goksites toegenomen. Anders gezegd, er is sprake van massale ondermijning op internet op elk denkbaar vlak en dan ook nog vaak zonder dat mensen het in de gaten hebben. Als de bevolking hier geen grip op kan hebben en ook de overheid dit niet kan beheersen, dan kun je stellen dat de democratie in gevaar is.

    Het ergste is dat mensen die we kiezen voor de Tweede Kamer in overgrote meerderheid geen of amper kennis hebben van ICT en alles wat daarmee samenhangt. Ik merk in de campagnes ook amper aandacht voor dit onderwerp. Onderwerpen zoals woningtekort en asielmigratie zien we als een grotere bedreiging dan de digitale bedreiging. Dat is best opmerkelijk. Nog veel opmerkelijker vind ik dat er bij geen enkele partij een visie op de toekomst is, maar voor weer een korte termijn denken. En dat werkt ook door bij de kiezers. Een onderwerp zoals klimaat verdwijnt ook al rap van de agenda, terwijl dat op lange termijn echt een probleem is, net zoals de krimp van de natuur.

    Democratie is niet gebaat bij korte-termijn-denken en toch wordt dit massaal gedaan. Zelfs de jeugd (toch de toekomst) lijkt er niet meer in geïnteresseerd. Wie de gevaren niet meer herkent, brengt niet alleen zichzelf in gevaar, maar ook de samenleving en daarmee de democratie.

  • De dwang van vooruitgang

    Mijn hele leven is me verteld dat stilstaan achteruitgang is. Dat heb ik ook lang geloofd, totdat ik uit de ratrace stapte en besefte dat stilstaan best iets moois is. Door stil te staan kan je je omgeving in je opnemen, ervan genieten en er zelfs iets van leren, zonder dat je er veel moeite voor moet doen. Helaas zien heel veel mensen dit anders, tenzij je de moeite neemt om de alarmerende rapporten, interviews en boeken te lezen die waarschuwen dat het niet langer zo kan doorgaan.

    Eigenlijk heb ik geen idee waar ik mee moet beginnen, want als je met andere ogen gaat kijken naar blinde vlekken die velen hebben, dan kom je ogen tekort. Toen ik een paar jaar geleden uit de ratrace stapte vanwege mentale klachten, bleek ik niet de enige. TNO rapporteerde al dat ongeveer 1,3 miljoen mensen korter of langer langs de lijn stonden in plaats van deel te nemen aan het ‘spel’ van werken. Hoewel er tegenwoordig veel aandacht is voor de mentale gezondheid, is de bereidheid om er echt iets aan te doen nog altijd onvoldoende. Als ik lees dat jongeren weerbaarheidstrainingen krijgen om te kunnen omgaan met prestatiedruk, dan rijst bij mij direct de vraag waarom we niet werken aan het verminderen van de prestatiedruk. Zoals de Raad Volksgezondheid & Samenleving in haar rapport ‘Op de Rem!’ al opmerkt is het een groeiend probleem en dat je het je verdere leven mee zal dragen.

    Des te triester dat ik in meerdere rapporten lees dat 50% van de jongeren van 16 tot 25 jaar mentale klachten ervaren. De bron van die klachten kan overigens verschillend van aard zijn. Zo kan opgroeien in armoede deze klachten oproepen, maar ook sociale- en prestatiedruk. Wie tegenwoordig op een basisschool gaat kijken en ziet wat daar allemaal gedaan wordt, kan niet anders constateren dat er iets grondig fout zit. Stel je eens voor dat je van de basisschool afkomt en prima kan rekenen en schrijven, maar geen digitale kennis hebt en ook geen ervaring met smartphones en sociale media. Zou dat bijdragen tot vermindering van mentale klachten?

    Ik denk van wel, maar duistere krachten houden ons in een wurggreep. Probeer maar eens te leven zonder digitale kennis, het is vrijwel onmogelijk. Alsof dat nog niet genoeg is, is tegenwoordig AI niet meer weg te denken in toekomstige plannen en oplossingen. Wie zegt dat AI een duivels probleem is, wordt niet serieus genomen. Zo las ik dat in de zorg digitalisering toeneemt en zelfs medische beslissingen door een computer worden genomen. Een menselijke medicus moet een BIG registratie hebben, maar een computer niet. Nu is er nog een mens die de digitale beslissingen controleert, maar hoelang zal dat goed gaan, als zelfs de medicus niet weet waarop een beslissing is gebaseerd? Maar nog beter zou het zijn als we elkaar gewoon konden vertrouwen. Bijna alles wordt gecontroleerd en nog eens nagekeken, ook wel de bureaucratie genoemd.

    Terwijl AI ons denken, leren en kritisch zijn in de weg zit, is er amper een maatschappelijk verzet tegen dit verschijnsel. Sommigen vrezen dat het zelfs een bubbel zal zijn, zoals de internetbubbel rond de eeuwwisseling. De impact als deze bubbel uit elkaar barst zal gigantisch zijn. Nog afgezien dat AI zoveel energie en water vraagt dat het ook nog eens ten koste kan gaan van de leefbaarheid in de samenleving.

    Waar senioren amper de overstap van analoog naar digitaal kunnen bijbenen, zo komen jongeren in een wereld die zo anders is, dat ik me afvraag hoe dat ooit goed zou moeten gaan. Alles is of wordt data-gedreven en de menselijke factor lijkt steeds meer te verdwijnen. Ruimte om fouten te maken is er straks niet meer. De relatie tussen individu en samenleving staat in hoge mate onder druk. Er wordt een vraag gecreëerd naar oplossingen die op geen enkele wijze gerealiseerd kan worden. Er wordt alleen maar vooruit gedenderd, tijd voor reflectie is er niet. Het zou zomaar kunnen zijn dat als ik nu terug naar het bedrijfsleven zou gaan, mijn kennis en ervaring van 30 jaar al achterhaald is. Dat is een gedachte die iedereen schrik zou moeten aanjagen en de vraag ‘waar zijn we mee bezig?’ heel erg op de voorgrond zou moeten stellen. Het continu moeten leren, werken en zorgen zijn daarbij onderwerpen die centraal zouden moeten staan. Ook het het grip hebben op je eigen leven, de autonomie, staat al tijden onder (groeps)druk. Als de samenleving jou als individu niet meer waardeert, dan kan dat ook mentale problemen veroorzaken.

    Wie mij een beetje kent, weet dat ik van inside-the-box denken ben. Probeer zaken te regelen/ op te lossen met de dingen die je hebt of zelfs onnodige zaken weg te laten. Maar nog steeds wordt massaal het outside-the-box denken gepropagandeerd, zoek naar oplossingen buiten je comfort zone. Geen wonder dat mensen mentale problemen oplopen.

    Toen ik mijn boek ‘Het sprookje Nederland’ schreef dook ik in diverse rapporten die problemen beschreven en daarvoor ook oplossingen aandragen. Sinds die tijd lees ik steeds meer onderzoeken en constateer dat het allemaal nog erger is dan ik opgeschreven heb. Sommige onderzoeken van vijf jaar geleden schetsen een beeld voor 2025 en 2030. De werkelijkheid is anders en erger dan die rapporten aangeven. Dat is op zijn minst gezegd zorgelijk. Ik refereer in dat boek dat je eerst moet zorgen voor de basiszaken, zoals Maslow die al definieerde. Een huis, geld voor eten en drinken en een gezonde omgeving zijn belangrijke zaken. Dat kan je rust geven. Een goed sociaal netwerk kan ook positief werken.

    Laatst vroeg iemand me wat ik bijdraag aan de samenleving. Samenleving is daarin een vaag begrip. In mijn directe omgeving hoop ik bij te dragen aan verbinding, waardering en erkenning door verhalen te schrijven. Soms krijg ik daarvoor complimenten en hoop ik dan maar dat mensen iets hebben aan de zaken die ik doe. Het is niet aan mij om te bepalen wat ik bijdraag aan de samenleving, ik kan me hooguit afvragen of het voldoende en/of goed is.

    Wat ik wel weet is dat verandering best positief kan zijn. Helaas is het tegenwoordig een verandering naar steeds meer, terwijl een verandering naar minder beter is. Minder TV, minder sociale media, minder digitalisering, minder ongezond eten, minder drukte, minder stress enzovoort. Sommige dingen mogen meer, zoals verdraagzaamheid, waardering, menselijkheid en tijd voor lummelen.

    Voorlopig zitten de meesten nog vast in zogenaamde doordenderende ‘vooruitgang’ die uiteindelijk leidt naar onze ondergang. Zoals ik recentelijk las ‘De natuur kan wel zonder mens, maar de mens niet zonder de natuur’. Sta daar een volgende keer eens bij stil als u door het bos of over de heide loopt. Of heeft u daar ook geen tijd meer voor?

  • De waarheid is niet aan mij

    Al jaren is het credo ‘What You See Is What You Get’. Het klinkt heel logisch en je zou denken dat wat je ziet dan ook de waarheid is. Dat laatste is al tijden niet meer zo en zeker met de opkomst van AI weet je al helemaal niet meer of het beeld klopt met wat je meent te krijgen. Om een voor mij duistere reden willen steeds minder mensen weten wat er werkelijk gebeurt. De waarheid doet er niet toe.

    Er kan wel de vraag gesteld worden wat de waarheid is. Ook dat is een lastige vraag. In Rusland had men jaren een krant die De Waarheid (Pravda) heette, maar die krant (in 1917 nog door Lenin opgericht) vertelde wel een waarheid met een behoorlijk communistisch beeld. De krant bestaat nog steeds, maar is meer divers geworden.

    Maar is er wel een waarheid als je die niet mag vertellen? Tijdens de koude oorlog was in er in de DDR de Stasi. Die had een schat aan informatie over mensen, vooral ook omdat niet bekend was wie er nu wel of geen onderdeel van was. Door het zaaien van angst, wordt de oogst aan waarheid wel karig. Het principe van de Stasi wordt nog steeds toegepast in veel dictatoriale landen. Je kan alleen zeggen wat je denkt als je heel zeker weet dat je gesprekspartner er hetzelfde over denkt en niet (stiekem) voor een dictator werkt. De inperking van vrijheid van meningsuiting is duidelijk merkbaar.

    Maar als vanuit dat soort landen niet de waarheid komt, wat komt er dan bij ons in de kranten? Sommigen noemen het propaganda en dan moet je maar weten of je het moet geloven of niet. Er is sprake van een beeldvorming, maar er is geen of amper een kader waaraan je het kan toetsen, want als de waarheid niet gezegd kan of mag worden, waaraan moet je het dan toetsen?

    Aangezien steeds meer landen een autocratisch regime krijgen, is de kans ook heel groot dat de waarheid er onder lijdt. Dan ontstaat er een soort staatswaarheid, maar is die wel reëel? Zo wordt gezegd dat er in Gaza aan van alles tekort is en toch zie ik beelden van vluchtende mensen met trucks die rijden op brandstof. Maar hoe kan dat als daar een tekort aan is? Een antwoord daarop vinden is lastig, zeker omdat de journalistiek er ook bijna is verdwenen. Toch komen er dagelijks beelden, maar dan vraag ik me weer af, hoe dan? De infrastructuur is toch volledig kapot?

    Is wat ik zie dan toch niet wat ik krijg? Er is een beeldvorming en die is niet te toetsen aan een realiteit gebaseerd op waarheid. En dat is ergens wel angstig.

    In Nederland leven we gelukkig in een land waar je nog veel mag en kan zeggen. Toch zullen er hier mensen zijn die dit niet zo ervaren. De vraag is ook of het wel zo goed is dat alles gezegd mag worden. De laatste tijd hoor ik vaak ‘woorden doen ertoe’ waarmee bedoeld wordt dat wat je zegt impact kan hebben. Als een bewering een eigen leven gaat leiden, dan kunnen heel veel mensen het gaan geloven, zonder dat het waar hoeft te zijn. Zo zijn er grote groepen die overtuigd zijn dat vluchtelingen en probleem in Nederland zijn, terwijl in de praktijk te zien is dat de meeste vluchtelingen deugen. Ook cijfertjes laten dat zien. En laten we trots zijn dat we hier cijfertjes hebben, want in dictaturen verdwijnen cijfertje over sociale en maatschappelijke zaken heel snel.

    Helaas is er dan wel weer steeds vaker discussie of die cijfertjes wel correct zijn en zo doen steeds meer mensen moeite om een vorm van waarheid te laten veranderen in een leugen.

    Het gezegde ‘al is een leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel’, kan eigenlijk wel de prullenbak in. Merkwaardig genoeg staat Nederland in diverse onderzoeken nog steeds hoog genoteerd qua betrouwbaarheid, maar in Nederland zelf neemt het geloof in die betrouwbaarheid snel af. Als betrouwbaarheid vertaald zou worden naar vertrouwen, dan is het inderdaad slecht gesteld met de waarheid in Nederland. Bijna alles wordt wel op een een of andere manier in twijfel getrokken. Politiek mag al rekenen op veel wantrouwen en het vertrouwen (volgens de cijfertjes van het CBS over 2024) in kerken (32%), pers (38%) en grote bedrijven (40%) lopen ook niet echt over. We hebben wel veel vertrouwen in het leger (68%), rechters (78%) en politie (79%). We hebben meer vertrouwen in degenen die ons moeten beschermen dan in de mensen die ons moeten leiden. Wat dat doet met de waarheid weet ik niet.

    Waarheid is niet iets dat je in een doosje kan doen en over 20 jaar kan openen. Waarheid die opgeborgen is, is geen waarheid. En als er geen waarheid is, blijft er dan alleen een leugen over of wordt de leugen dan waarheid? Net zo zoals nep nieuws nu al steeds vaker als echt nieuws wordt gezien.

    Voorlopig blijf ik maar vasthouden aan mijn eigen waarheid. Of dat ook een algemene waarheid is, laat ik maar aan anderen.

  • Pleisters plakken

    De campagnes voor de verkiezingen op 29 oktober staan nog in de kinderschoenen. Eerst moeten de partijen nog komen met hun verkiezingsprogramma’s. Een paar partijen hebben hun concepten al gepresenteerd, maar uiteindelijk gaan de leden over een definitieve keuze. Maar wat ik tot nu toe heb gelezen stemt me niet vrolijk, sterker nog ik vrees dat ik voor het eerst in mijn leven niet zal weten op welke partij ik zou moeten gaan stemmen. Een soort keuzestress, maar dan omdat er geen enkele partij is die bereid is het roer fors om te gooien en een andere richting te kiezen.

    Ik schreef een boek over onderwerpen die in Nederland spelen. Ik zocht wat daarbij de problemen zijn en wat men mogelijk als oplossing zou kunnen kiezen. Het begint ermee dat je erkent dat iets een probleem is, anders hoef je er niets aan te doen. Maar botweg als een struisvogel je kop in het zand steken is niet de oplossing. Een probleem gaat niet weg door het te ontkennen.

    Flyer voor het boek Het sprookje Nederland

    Als je zover bent om te erkennen dat iets een probleem is, dan is de vraag hoe groot het probleem is. Je zou kunnen denken dat veel problemen groot zijn omdat er vaak over een crisis wordt gesproken. De praktijk is dat de beeldvorming rondom de problemen vaak zwaar overtrokken is of op z’n minst groter wordt gemaakt dan deze is. Neem de krapte op de woningmarkt. Uit onderzoek blijkt dat 80% van de mensen tevreden is met de huisvesting, wat betekent dat het probleem 20% van de bevolking betreft. Dat is natuurlijk vervelend voor die 20% en daar moet een oplossing voor komen, maar het geeft wel aan dat een probleem minder groot is dan gedacht. Dat is wat ik noem het verschil tussen beeldvorming en realiteit.

    Als je de aard en omvang van een probleem in beeld hebt, dan moet je beginnen met het zoeken naar de oorzaak van het probleem. Dat wordt heel weinig gedaan en dat is mijn grote zorg. Weer dat voorbeeld van de krapte op de woningmarkt; dat komt niet door een tekort aan woningen, maar door een onjuiste verdeling van de woningen. Zo was gister nog in het nieuws dat al decennia etages boven winkels leegstaan en dat dit zomaar 50.000 tot 70.000 woningen zou kunnen opleveren. Waarom staan die etages leeg? Wel omdat de winkeliers het belangrijker vinden hun spullen te promoten dan om woonruimte te creëren. Het is maar waar de prioriteiten worden gelegd. Zo zijn er wel meer oorzaken te vinden voor de slechte verdeling van de woonruimte. Overigens kan deze benadering ook losgelaten worden op veel andere onderwerpen.

    Als de oorzaak van een probleem bekend is, dan kan men beginnen met het wegnemen van die oorzaak. Dus eerst die woonruimten boven winkels aanpakken voordat men woningen op verlaten vliegvelden en industrieterreinen gaat bouwen (zoals GL/PvdA wil).

    Wie een probleem wil aanpakken, zal moeten erkennen dat er een verandering nodig is. Dat kan ook een heel onaangename verandering zijn waarbij iemand iets inlevert ten opzichte van wat er nu in bezit is. Een stapje terugdoen willen de meesten niet, zelfs niet als dat betekent dat daarmee een betere toekomst mogelijk is. Men bedreigt liever iemand die aantoont dat er teveel gifstoffen in de landbouw worden gebruikt, dan dat men in gesprek gaat hoe het anders kan. Ook blaming and shaming worden vaak toegepast. Men geeft een bepaalde bevolkingsgroep ergens de schuld van om zo zelf de handen in onschuld te kunnen wassen. Ook dat is geen oplossing.

    De partijprogramma’s die tot nu toe zijn gepresenteerd gaan voornamelijk voort op het bestaande beleid. Hier en daar worden piketpaaltjes verzet, maar het blijft vaak pleisters plakken. Een beleid dat al ruim 30 jaar gevoerd wordt in Nederland, maar alleen maar zorgt voor meer en niet voor minder problemen. Een beleid altijd gericht op een bepaald deel van de bevolking, bijvoorbeeld ‘de hardwerkende Nederlander’ (wat of wie dat ook mag zijn).

    Er moet dus iets anders gebeuren, maar dat zie ik niet gebeuren. Dus het wantrouwen in de politiek zal hoog blijven, de protesten aanhouden, het woningtekort, de stikstofproblematiek, de problemen in de zorg en onderwijs blijven en zo kan ik nog wel doorgaan.

    En dat vind ik een trieste constatering en ik hoop dat ik ongelijk krijg. Een pleister plakken kan wel helpen bij de genezing van een wond, maar ik vraag me steeds meer af of de wond al niet ontstoken is en een pleister alleen dan niet meer helpt.

  • De allergie van een niet-broodschrijver

    Je kan geen krant openslaan of kijken naar de TV of het verschijnsel AI komt voorbij. Een enorme hype waarvan veel mensen denken dat we erop zitten te wachten, maar dat is helemaal niet zo. Er wordt een aanbod gecreëerd en vervolgens ontstaat er vanzelf een vraag. Nu kan AI best handig zijn bij het automatiseren van processen (wat allang gebeurde, alleen kan het verbeteren met AI), maar het is een onzinnig middel om de mens te vervangen.

    Verbodsbord me tekst SEO en GEO met kruis er door

    Veel mensen denken dat AI een systeem is dat zelf informatie bij elkaar zoekt, maar dat is een misvatting. Wereldwijd zijn honderdduizenden mensen bezig om AI te vullen met informatie. AI gaat niet zelf ontdekken wat een pizza is, een mens moet dat AI vertellen en vervolgens kan AI dan heel snel koppelingen leggen, sneller dan de mens. Het probleem daarbij is dat de informatie waarmee AI gevoed wordt wel betrouwbaar moet zijn. Aangezien het mensenwerk is, kan daar gemakkelijk een fout insluipen. Bovendien als AI wel zelfstandig informatie vindt, kan het niet beoordelen of die informatie correct is. Daarnaast hoor ik ook regelmatig verhalen dat AI antwoorden maakt die niet kloppen, maar omdat er nu eenmaal een antwoord moet zijn. Een antwoord als ‘dat weet ik niet’ is uit den boze, de mens mag niet teleurgesteld worden.

    Heel veel mensen zijn de digitale wereld als normaal gaan beschouwen. Ze hebben geen idee hoe het werkt, maar het levert wel op wat ze willen, of tenminste wat ze denken dat ze willen. Wie probeert grenzen te stellen, loopt vanzelf tegen obstakels aan. Zelf heb ik besloten dat ik eens wat minder met bigtech te maken wil hebben. Facebook, X heb ik al jaren geleden buiten geknikkerd. Whatsapp, Tiktok, Instagram en dergelijke heb ik nooit gehad. Maar er is meer waar ik vanaf wil. Zo zal ik binnenkort Google en Microsoft Office in de ban doen. Ik denk dat het leven zonder die twee best kan en er zijn alternatieven. Linkedin is een twijfelgeval dat nog even de voorkeur geniet. Qua sociale media gebruik ik verder alleen nog Mastodon en Bluesky. Eigenlijk ook al teveel. Velen vinden sociale media fantastisch als marketing tool, maar kijken weg als ze geconfronteerd worden met de keerzijde.

    Voor informatie uit media kun je eigenlijk niet om DPG heen, zeker nu ze RTL gaan overnemen. Dat is nog een dingetje. Tuurlijk is er alternatieve media, maar ook hier nog twijfel.

    Zonder digitale wereld is het best lastig leven. Alleen geld al is grotendeels digitaal, zeker in Nederland is het fysieke geld een uitstervend fenomeen. Maar ook digitale agenda’s, smartphones en e-books zijn uitingen van de digitale wereld. De meesten kunnen niet meer zonder. Ook ik niet. Toch wil ik niet verder in deze digitale stroom en heb me voorgenomen om zo min mogelijk met AI in te laten. Best lastig, want eigenlijk zijn zoekmachines ook AI en ik zie ook steeds vaker AI opties in allerlei programma’s toegevoegd worden, die automatisch geïnstalleerd worden op mijn PC.

    Als schrijver bekijk ik wel eens vacatures op schrijversgebied. Zodra ik de termen SEO of GEO lees, haak ik af. Ik schrijf geen teksten omdat ze makkelijk te vinden zijn door zoekmachines (SEO) en al helemaal niet voor ChatGPT (GEO). Ik schrijf teksten omdat ik een bepaalde stijl heb. Dan wordt me verteld dat je wel rekening moet houden met het publiek, want die wil bepaalde teksten lezen. Dat is zeker waar en verschillend publiek moet je op verschillende manieren benaderen. Maar ik schrijf niet voor het publiek, ik schrijf omdat ik wil schrijven. Schrijven zoals ik dat wil, omdat ik een boodschap wil overbrengen. Het is een eigengereidheid die tegen alle regels ingaat en die alle studieregels opzij schuift. Commercieel gezien natuurlijk een doodzonde, maar ik schrijf niet voor het geld, dus commercie kan me dan ook weinig schelen. Voor mij hoeft een tekst geen verkooppraatje te zijn, slechts een vorm van informatie. Een boodschap voor diegenen die het willen lezen. Lees je het niet, ook prima.

    Ik ben allergisch geworden voor vacatures die oproepen om je eigen schrijfstijl over boord te kieperen en je aan te passen aan een eenheidsworst en een marketingsysteem. Dat soort oproepen passen binnen een ratrace en een kapitalistisch systeem waarin geld verdienen gaat boven inhoud. Door daar niet aan mee te doen, kom ik vanzelf in een niche markt, maar wel kan ik dan dicht bij mezelf blijven.