29 oktober gingen ruim 10 miljoen mensen naar de stembus. Dat hadden er 13 miljoen kunnen zijn. De uitslag was redelijk onthutsend. Ze zeggen wel eens dat democratie democratisch opgeheven kan worden. En dat proces is al langere tijd gaande, alleen hebben velen hebben dat nog niet door. Wie een beetje buiten de landsgrenzen kijkt zal door hebben dat democratie wereldwijd aan het verliezen is. Toch blijven velen vastklampen aan het idee dat er een democratie is.

In Nederland begint het er al mee dat de meest ondemocratische partij al tijden veel stemmen krijgt. De PVV is namelijk geen echte partij, er is maar 1 lid en er is geen partijraad waarbij leden democratisch mogen stemmen over de inhoud van het verkiezingsprogramma. Er is slechts 1 iemand die bepaalt en dat terwijl democratie zegt dat niemand eigenaar kan zijn van democratie. PVV is een autocratische partij, die nooit zal doen wat er is beloofd. Blijkbaar geloven 1,7 miljoen mensen nog steeds dat deze autocraat meer voorspoed zal brengen, terwijl elk wetenschappelijk bureau zegt dat dit niet zo zal zijn. Reken er maar niet op dat als vandaag de grenzen dicht gaan, mensen sneller een huis zullen hebben, armoede zal verdwijnen, de zorg zal verbeteren en het woningtekort opgelost zal zijn. Daarvoor is echt meer nodig.
Maar de partijen die wel een democratie voorstaan (althans in naam) zijn ook niet helemaal zo democratisch. Al voor de verkiezingen waren er veel debatten waar het meer ging om de verschillen ging dan om de overeenkomsten. De kracht van democratie is juist overeenkomst, immers democratie gaat over wat we samen (wel) willen, niet over wat we niet willen. Helaas is het samen willen doen niet belangrijk en gaat partijbelang voor welke vorm van landsbelang dan ook. Dat is al jaren zo en dat geldt dan vooral voor de partijen die al jaren tot de grotere partijen horen. Maar nu kan er geconcludeerd worden dat de grootste partij de kleinste grootste partij ooit is. Het stemmende volk is verdeeld tot op het bot en de Romeinen wisten al dat ‘verdeel en heers’ een prima werkwijze is om burgers onder de duim te houden. Nu kiest het volk dus massaal voor die verdeling, alleen is de vraag wie in het gat van heersen zal springen.
Er is nog iets geks aan de hand in Nederland. Terwijl landelijk er amper iets van de grond komt, gaat het op provinciaal en lokaal niveau juist veel beter. Voordat we in 1848 een grondwet kregen, was het land eigenlijk opgebouwd uit 7 soevereine staten die vanuit Holland min of meer samenwerkten. Holland bezat geld en de rest van Nederland kon leveren waar behoefte aan was. En die kant lijkt het weer op te gaan. Waar de centrale overheid verstek laat gaan om zaken te regelen, proberen provincies en gemeenten de grenzen van de wettelijke regels op te zoeken om zaken wel geregeld te krijgen. In Brabant wil men landbouwers creatief laten omgaan met de stikstofregels en gemeenten rekken de regels voor de bijstand steeds verderop, bijvoorbeeld door bijstandontvangers die willen samenwonen niet voor de helft te korten.
In feite wordt er een stap terug gedaan in de tijd. Geen verstandige stap, want het oprichten van de Staten Generaal was niet voor niets. Nog afgezien van het verdrag van Wenen, is het gezamenlijk optrekken om meer redenen beter. Zo kun je een land beter verdedigen met 1 leger dan 12 aparte legers en ook is het prettig als je gezamenlijk wegen kan aanleggen en een vorm van belasting hebt. In het verleden was dat niet zo en dat zorgde voor aardig wat sociale ellende.
Helaas kennen velen de geschiedenis niet meer. Het individualisme heeft de laatste decennia aardig toegeslagen. In een democratie kun je niet zeggen dat het land of toekomst van jou is, want daar moet je gezamenlijke aan werken. Door de verdeelde uitslag, lijkt die samenwerking ver weg. Waar tot de jaren vijftig van de vorige eeuw nog sprake was verzuiling langs vier zuilen (socialisme, liberalisme, katholiek en protestant), is dat allang weg. Als er 27 partijen nodig zijn om de meningen te vertegenwoordigen, dan is er iets grondig mis.
De samenleving is veranderd. Nederland is groot geworden door handel. Van belang was dat iedereen meedeed en tolerantie voor diegenen die meededen was groot. Diegenen die dat niet deden, konden rekenen op een minder fijn resultaat. Nederland is echter allang niet meer wat het lijkt. Veel zogenaamd Nederlandse bedrijven zijn in buitenlandse handen en een haven van Rotterdam is allang geen Nederlands trots meer als je beseft dat 80% in buitenlandse handen is. Wie denkt dat we democratisch nog zeggenschap over dit land hebben, heeft een paar stappen gemist. Het gaat niet meer om links of rechts beleid, maar om een vaststelling van de eigen identiteit. Door verkeerde beeldvorming weten velen niet meer wie ze zijn, voor wie ze werken en wie ze tot slachtoffer maken. Geld (in vorm van kapitalisme) is een belangrijkere drijfveer dan moreel besef. Wat zich links (progressief sociaal) noemt is allang niet meer wat we zijn. De keuze is allang gemaakt dat menselijkheid niet de maatstaf is, althans politiek gezien.
Wie op veel kleinere schaal kijkt, bijvoorbeeld op dorps-, buurt- of wijkniveau ziet dat er nog best veel mogelijk is. Die realiteit is er echter niet in de democratie van parlementair geleid land. In feite hebben mensen niet gekozen met in hun gedachte wat is goed van mijn buurt, maar goed voor het land. In 1961 sprak Kennedy: ‘Ask not what the country can do for you, but ask what you can do for your country’. Hij constateerde toen al dat de wereld was veranderd, dat er soevereine staten zijn en de vraag was of een staat gezond of ziek moest zijn. De wereld is sinds die tijd alweer fors veranderd. Soevereine landsgrenzen maken steeds minder uit en de wereld digitaliseert in rap tempo. De revoluties komen niet meer van het volk, maar van bedrijven en personen met een absurd financieel vermogen. Veel jongeren tot 25 jaar weten al niet meer hoe het is om te leven in een analoge wereld. De typemachines waarmee ik werkte, staan nu in een museum en zelfs de eerste computers staan daar al. De veranderingen gaan zo snel, dat het geen wonder is dat mensen het niet meer kunnen (of willen) bijbenen.
Het vraagt om een discussie hoe we het systeem zouden willen veranderen, maar dat helpt alleen als we nog denken grip op het systeem te hebben. Een ding is duidelijk, als je geen democratie hebt, dan is de vraag of je grip kan hebben op het systeem een overbodige vraag. De weinige partijen die wel wilden praten over een systeemverandering, zijn geëindigd in de kantlijnen. Daarmee hebben we de democratie in feite begraven.
Dan kun je als land rijk zijn, als inwoner gelukkig, op buurtniveau prachtige zaken kunnen opzetten, maar dat is geen garantie dat dit zo blijft. Er is echter een sprankje hoop en dat is dat democratie van onderaf begint en dat biedt wel kansen voor de toekomst, zolang men die ruimte nog krijgt.

Geef een reactie