Toen mensen nog als nomaden over de aarde rondtrokken, was hun belangrijkste taak het dagelijks vinden van voedsel. Af en toe wat stenen zoeken (ze leefden in stenen tijdperk) om gereedschap te maken en nu en dan een dierenhuid omvormen tot kleding. Ze schreven niets op, ze hadden geen schrift. Alleen hier en daar een rotstekening. Verreweg het meeste van wat deze mensen deden, is verloren gegaan. Het enige beeld dat we nu nog kunnen vormen is op basis van vondsten, maar of het verhaal wat we erbij maken klopt, is niet na te gaan.
Van bijna alles wat er in de wereld gebeurt, hebben we geen weet. Daar doet geen sociale media of mainstream media wat aan. Heel veel van wat wordt gedaan, wordt ook niet gedocumenteerd. Is dat erg? Dat is in eerste instantie niet zo, want wat is gebeurt zal niet meer veranderen. Maar als je verder kijkt, dan is het wel jammer dat iets niet is opgeschreven. Gedane zaken nemen geen keer, maar je kan op basis van de ervaring wel voorkomen dat bij een slecht gevolg een zelfde activiteit wordt herhaald.
Vaak wordt gedacht dat het opschrijven van geschiedenis van belang is om iets te bewaren, maar het is vooral van belang om te voorkomen dat je in de toekomst een zelfde (foute) handeling doet. Dat duidt men als ‘leren van de geschiedenis’. Wie de geschiedenis niet opschrijft kan hier geen gebruik van maken en dan kan het voorkomen dat je een fout meerdere malen maakt.
Hiërogliefen zijn een van de oudste schrijfvormen. | Foto: Alex Leon
Nu is opschrijven niet per se de enige manier om geschiedenis te bewaren. Dat kan ook met overlevering. Degene die het heeft meegemaakt vertelt de ervaring aan een ander en die vertelt het dan ook weer door. Dat kan door de generaties heen gaan. Toch is hier het risico dat er informatie verloren gaat of anders wordt ingevuld.
Voormalig correspondent Garrie van Pinxteren legde tijdens een bijeenkomst van RUW in Den Bosch uit dat veel geschiedenis in China niet wordt vastgelegd of wordt aangepast. Daardoor worden vaak zaken meerdere malen herhaald met een uitkomst die je had kunnen weten als je de geschiedenis had vastgelegd. Ook zijn er overheden die geschiedenis herschrijven zoals dat in boek 1984 van Orwell ook gebeurde. Dat doe je omdat je iets wilt verbergen of juist wilt misbruiken.
Je zou kunnen zeggen dat desinformatie dus al lang bestaat. Het is lastig om als individu te bepalen of een verhaal de waarheid is. Dat is sowieso al lastig, want geschiedenis wordt zelden objectief opgeschreven. Als het al objectief is opgeschreven, is het de vraag of het in de juiste context is opgeschreven. Uiteindelijk blijft het verhaal waarover de meeste consensus is.
De laatste jaren blijkt dat het verkrijgen van die consensus steeds lastiger is. Het tegengeluid is vaak zo luid en wordt zo vaak herhaald dat je het gaat geloven. Wat eigenlijk desinformatie is wordt dan waarheid. Dat dit in autocratische landen gebeurt, dat is te begrijpen. De leiders willen daar geen tegenspraak. Amerika correspondent Casper Thomas gaf als voorbeeld dat Trump het inclusiebeleid zoveel mogelijk afschaft, zodat dit niet meer tot een tegengeluid binnen organisaties kan leiden. Het is geen verbod, maar gewoon een beleid. Daarmee wordt een leefstijl nagenoeg het zwijgen opgelegd. Zeker als ook boeken waarin dit wordt beschreven uit bibliotheken worden gehaald. Thomas noemde het een schizofreen gezicht van de VS. Enerzijds worden zaken hard aangepakt, zoals deportaties, terwijl anderzijds het heel goed mogelijk is bijeenkomsten te organiseren waarin je dit soort zaken kan bespreken. Van Pinxteren gaf aan dat dit in China niet kan en de autocratie daar al veel verder gevorderd is.
Het vastleggen van geschiedenis wordt ook steeds lastiger omdat het steeds vaker niet door de mens wordt gedaan. Steeds meer verhalen worden door AI gemaakt, vaak op basis van bestaande informatie, maar soms ook doordat AI zaken zelf gaat invullen of kleuren. Dit valt te vergelijken met de overlevering, waardoor stukken geschiedenis verdwijnen. Doordat de mens zelf ook steeds meer desinformatie maakt, komt dit ook in de verhalen van AI en daardoor komt de waarheid van de geschiedenis in gedrang.
Het vastleggen van geschiedenis als een bewaarfunctie is leuk, maar niet heel erg van belang. Immers als de mensheid is verdwenen, is de kans dat die vastgelegde geschiedenis ooit nog wordt geraadpleegd best klein. Het vastleggen van de geschiedenis als een functie om toekomstige fouten te voorkomen is wel waardevol. Helaas merk ik dat mensen geschiedenis vaak niet meer raadplegen en fout op fout herhalen en niet leren van de geschiedenis. Dat zie je vooral terug in het politieke beleid.
Toen ik vorig jaar mijn (eerste) boek schreef, kwam ik dat al veelvuldig tegen. Zo wordt het huizentekort omschreven als een crisis, terwijl het al een eeuw bestaat. Het kan ook erger. Zo wordt gezegd dat er iets mis is met het basisonderwijs en wordt dit telkens aangepast. Het probleem is echter niet het onderwijs, maar de wereld waarin wel leven. Als de smartphone en sociale media niet zouden bestaan, zou het onderwijs prima voldoen, dat leert de geschiedenis. Toch wordt onderwijs als probleem gezien en niet de maatschappelijke omstandigheid.
Als schrijver vind ik het leuk om dingen vast te leggen en daarmee bij te dragen om geschiedenis in stand te houden. Dat weinig mensen mijn verhalen lezen is wellicht jammer, maar dat doet niets af aan de waarde van geschiedenis.
Als je iemand een harde klap in het gezicht geeft, dan zal deze dat voelen. Misschien de klapgever ook wel. Wees gerust, ik ga niet schrijven over het verschijnsel face slapping, maar wel over het verschijnsel dat we als mensheid veel zaken niet goed doen en de resultaten steeds duidelijker merken. Je zou het een klap in je gezicht kunnen noemen, maar wel een waarbij het gezicht totaal verlamd is en niets voelt.
Toen de tv verscheen in ons leven waren de programma’s veelal eenvoudig en vooral voor vermaak en informatie. Maar hoe langer de tv bestond, kwamen er allerlei series waarin men er lustig op los schoot en later was seks ook vermaak geworden. Het werd vaak aan de mensen getoond en ook steeds meer mensen zagen het. Tegelijk leek er is iets te veranderen in de samenleving. Schietpartijen kwamen vaker voor, net zoals seksueel misbruik. Er zijn meerdere onderzoeken gedaan of de tv hier een oorzaak van kon zijn. Een aantal onderzoeken meenden dat het zo was. Er kwamen discussies en de laatste jaren zie je dat geweld en seks minder vaak voorkomen in tv- en filmproducties. Of daar een verband tussen zit, dat is niet eenduidig, maar wellicht is het toch een reactie.
Sociale media
Hoewel de tv nog steeds een belangrijke rol in levens van velen vormt, is er forse verschuiving naar internet geweest of wellicht nog steeds gaande. Internet was aanvankelijk bedoeld als een netwerk tussen instellingen om informatie te delen, maar kwam al snel in publieke domein. Hoe sneller en toegankelijker het werd, hoe meer mensen kansen zagen om het voor meer dan informatie uitwisseling te gebruiken. Er barstte een strijd los tussen diverse bedrijven. Ondertussen is internet zowel nuttig op het gebied van informatie als een grote beerput van losbandigheid (en erger). Dat is het vervelende als je iets positiefs in de markt zet, het ook negatief gebruikt kan worden.
Een van de zaken die negatief zijn, is het gebruik van sociale media. Hoewel de intentie van die media aanvankelijk positief was (mensen met elkaar verbinden) is het ondertussen een stuk minder positief. De toegankelijkheid is dankzij de mobiele telefonie (ook al zo iets waar je vraagtekens bij kan zetten) vrijwel onbeperkt. Er zijn mensen die gewoon hun geld verdienen door het gebruik van sociale media. Maar ondertussen weten we ook dat sociale media helemaal niet zo sociaal zijn. Al in (of eigenlijk al veel eerder) 2018 kreeg Facebook te maken met een berg met aanklachten. Het zou verslavend zijn, desinformatie verspreiden, invloed hebben op verkiezingen en wellicht het ergste, heel veel privé informatie verzamelen (terwijl de meeste mensen zich al druk maken om een hack bij een leverancier). Facebook is niet een platform van verbinden, maar vooral een platform van geld verdienen en macht. En dat geldt niet alleen voor Facebook, maar ook voor Tiktok, Instagram, Whatsapp enzovoort. We weten eigenlijk best dat het niet goed is. Dit jaar worden de doelstellingen in het primair onderwijs aangepast, omdat kinderen steeds meer ondermaats presteren op gebied van taal en rekenen. Ook weet men dat het gebruik van sociale media een belangrijke rol speelt. Toch lukt het maar niet om een deugdelijk verbod te regelen voor jongeren. Dat zou wel eens meer resultaat kunnen opleveren dan aanpassen onderwijsdoelstellingen.
Wel worden er steeds vaker aanklachten gedaan tegen sociale media bedrijven, maar ook tegen bijvoorbeeld Google. Zij spelen een belangrijke rol in het verspreiden van nieuws en informatie. Waar mainstream media nog een redelijke poging doen om informatie te screenen, is dit bij sociale media veel minder. Sommige mensen hebben sociale media als voornaamste bronnen van informatie, maar het het zijn veruit de meest onbetrouwbare bronnen. Het is bekend dat terroristische organisaties en zelfs overheden media zoals Facebook gebruiken om in (besloten) groepen geweld of andere beïnvloeding te organiseren, maar het gebeurt ook via advertenties op het medium. Daar wordt vaak veel te weinig tegen gedaan. Vaak onder het mom dat het past binnen de ‘vrijheid van meningsuiting’, maar dat klopt niet. De moderators hebben niet door dat dit plaatsvindt, bijvoorbeeld omdat ze de taal niet machtig zijn. Daar helpt zelfs een AI niet bij. Onderzoekers hebben vaak te weinig kennis om het goed aan te pakken. Toch worden er de laatste tijd meer boetes opgelegd, maar zelfs dat zet mensen niet aan het denken.
3 miljard mensen blijven Facebook gebruiken. Vaak weten ze van de negatieve effecten, maar prefereren de positieve gemakken. Ze krijgen een klap in gezicht (de bittere werkelijkheid van de negatieve impact van sociale media), maar willen deze klap niet voelen.
Vaak voelen we de klap in ons gezicht niet (meer) Afbeelding: CommonGT
Artificiële Intelligentie
Een nieuwe klap in het gezicht van de mensheid is de artificiële intelligentie (AI). Het biedt veel voordelen, bijvoorbeeld dat er sneller verbanden gelegd kunnen worden tussen beschikbare informatie, maar ook dat mensen betere antwoorden zouden moeten kunnen vinden op vragen die ze hebben. Ook productieprocessen zouden sneller en beter kunnen en de mens eigenlijk overbodig maken. De bittere werkelijkheid is dat dit helemaal niet zo is. Net als zoals bij de opkomst van ICT, verschuift veel werkgelegenheid. De informatie van AI wordt vaak door mensenhanden ingevoerd, onder werkomstandigheden niet verre van ideaal zijn al zeker niet goed betaald. Deze mensen hebben vaak ook niet de kennis om te beoordelen dat wat ze invoeren juist is. Dus heel gemakkelijk komt onjuiste informatie in AI. Maar het blijkt allemaal veel erger te zijn. In ontwikkelingsfasen blijken AI modellen, bedrijven te hacken, tools te kunnen maken die voor gewelddadige inzet (denk aan militaire inzet). Steeds vaker wordt de mens overgeslagen.
Toch zijn er hele volksstammen die AI blijven verdedigen, omdat ze alleen de voordelen zien, want die zijn er weldegelijk. Maar daarmee wordt precies dezelfde fout gemaakt als bij sociale media. Het gemak van AI is een lokkertje om uiteindelijk geld te verdienen en macht te vergaren. Een ezel zou zich niet twee keer aan dezelfde steen moeten stoten, maar doet het wel.
Nog afgezien van de dataverwerking door AI, is er veel rekenkracht nodig. Dat kan niet geleverd worden door de huidige datacentra in de wereld. Dat betekent dat er veel moet worden bijgebouwd. Dat vraagt om veel extra geheugenchips en in die sector worden dan ook miljarden euro’s verdiend. Met regelmaat wordt afgevraagd of hier niet een enorme bubbel ontstaat? Een bubbel is als mensen veel geld investeren in iets dat uiteindelijk niet gaat opleveren wat men verwacht. Zo was er rond de eeuwwisseling ook een internetbubbel toen internet bedrijven de verwachtingen ook niet waarmaakten. Het zorgde ervoor dat veel mensen veel geld verloren en ook de ‘gewone’ burger kreeg te maken met hogere kosten (inflatie).
Een andere nadeel is dat er veel geheugenchips nodig zijn voor die datacentra. Dat heeft als gevolg dat onze computers en laptops duurder worden omdat er minder (en duurdere) chips beschikbaar zijn. Daarnaast gebruiken die centra veel stroom, stroom die niet ingezet kan worden voor verduurzamen van de samenleving. Daarnaast is er voor de koeling van die datacentra veel water nodig. Sinds deze zomer weten we dat dit niet zomaar is omdat rivieren te laag staan. Bovendien heeft dit ook gevolgen voor de stroomproductie, stroom die ook die datacentra nodig hebben. Wat als die datacentra uitvallen?
We worden hier door critici voor gewaarschuwd, maar gaan intussen gewoon verder, want gemak dient de mens. We willen het niet voelen. Waar Facebook rond 2004 begon, is AI in het publieke domein pas sinds 2022 aanwezig (ChatGPT). Wel werd AI al ingezet op andere gebieden, maar vooral binnen bedrijven (zoals Facebook).
Klimaat
Begin 19e eeuw begon de mens met het inzetten van mechanisch aangedreven machines. Dat mechanisch bestond niet uit menskracht, maar uit energie die vrijkwam bij verbranden van kolen en turf, later olie en gas. Deze fossiele brandstoffen leken aanvankelijk een zegen, maar men constateerde wel dat de hoeveelheid CO2 in de lucht toenam. Dat lijkt niet niet erg, maar CO2 bleek een broeikasgas. Dat wil zeggen dat het de uitstraling van warmte door de aarde naar het heelal vertraagt. Dit terwijl de instraling van warmte door de zon niet wordt vertraagd. Doordat de mensheid ook voor extra warmte zorgt (door verbranden fossiele grondstoffen). Die constatering werd al in de vorige eeuw gedaan en leidde al in 1992 ertoe dat men internationaal hier iets aan moest doen. De uitstoot van CO2 moest omlaag en er moest meer gewerkt worden aan opslag door behoud van natuur. Er werden afspraken gemaakt, maar helaas werden veel afspraken niet of slechts ten dele nagekomen. Het leverde wel op dat het probleem minder snel toenam, maar het nam wel toe, terwijl de doelstelling was dat het probleem van menselijke beïnvloeding zou afnemen. De belangrijkste reden is dat ook hier geld verdienen en macht een belangrijkere rol speelden dan het algemeen belang.
Het is niet zo dat de grote gemeenschap niet is gewaarschuwd. Wetenschappers publiceren al jaren zorgelijke rapporten en we kunnen zelf ervaren dat er iets verandert. De gemiddelde temperaturen stijgen, regen valt onregelmatiger, natuurbranden worden groter enzovoort. Waar kweken van druiven eerst alleen op het niveau van noord Frankrijk of Zuid Duitsland mogelijk was, zo is dat nu al mogelijk tot in Noorwegen. De middellandse zee stroomt letterlijk vol met tropische vissen die een gevaar vormen voor vissen die er al eeuwen leven. Koralen sterven af, er ontstaan nieuwe woestijnen, gletsjers verdwijnen en poolkappen smelten. Rivieren staan record laag en de biodiversiteit neemt in rap tempo af.
We zien dat boeren klagen over watergebrek voor hun planten dieren, transport over water is amper mogelijk, bedrijven moeten hun productie terugschroeven, kerncentrales stil worden gelegd en zo kan ik nog wel even doorgaan.
Dit alles is waarneembaar en ook meetbaar.
Helaas is deze klap in het gezicht er eentje die we niet willen voelen.
Waarom dan?
Je kan je afvragen waarom er zo weinig gereageerd op de klappen die uitgedeeld worden. Worden ze echt niet gevoeld?
Ik denk dat veel mensen de klappen wel voelen, maar niet weten wat ze er mee aan moeten. Terugslaan is voor de meesten geen optie, althans dat denken ze. Veel mensen denken dat als ze stoppen met sociale media hun wereld zal instorten. Precies de gedachte waarop de leveranciers van sociale media hopen. Net zoals makers van sigaretten hopen dat mensen denken dat hun lichaam stoppen met roken niet aankan of roken een verlichting in hun leven is. Terwijl hun gezondheid ermee op het spel wordt gezet. Veelal excuses om niet te stoppen. Ook denken dat verduurzamen ze geld gaat kosten. Op korte termijn klopt dat, maar op lange termijn levert het geld op. Echter die mensen leven bij de dag en hebben geen oog voor de lange termijn.
Er zijn ook mensen die gewoon ontkennen dat er problemen zijn. Dat is wel een oplossing, maar gewoon een excuus zoeken om niets te hoeven doen. Een populaire reflex is om het af te doen als paniekzaaierij door politiek linkse mensen. Alsof een overstroming of een brand rechtse mensen niet zal treffen. Ook ziekten gaan niet aan de deuren van rechtse mensen voorbij. Steeds vaker zien we beelden dat mensen hun huis en samenleving hebben verloren.
Een groot probleem is dat men echter niet wil veranderen omdat de mens een kuddedier is. Wie niet bij de kudde wil horen, zal worden gestraft (een uiting van geweld of dreiging). Gewoon angst dus. Net zoals Europese leiders angst hebben voor de Amerikaanse president Trump. Elke dag verbaas ik me wat die man allemaal aan woorden wereld in kan en mag slingeren, miljoenen mensen mag deporteren, zonder toestemming van congres en senaat allerlei decreten uitvaardigt. Blijkbaar kan een man die een jaar geleden nog een vredesprijs wilde, zonder straf Iran bombarderen en Westerse en Aziatische economieën schaden. Ook regiems in Israël, Iran, Soedan, Rusland worden niet dusdanig aangepakt dat hun kwaadaardige activiteiten worden gestopt. Oorlog voeren terwijl honger, ziekten, klimaat en dergelijke een veel grotere bedreiging zijn. Als je maar genoeg afleidt, dan klaagt het volk niet. Dat wisten de Romeinen al en nog steeds trappen we erin. Af en toe is er wel een veroordeling in woorden, maar in daden schieten overheden tekort, omdat ze kiezen voor het in stand houden van diplomatie in plaats van harde morele actie.
Er zijn veel meer excuses, zoals dat je veranderingen maar moet accepteren omdat ze er nu eenmaal zijn of dat vooruitgang nu eenmaal moet of dat het voorziet in een behoefte. Allemaal commercieel gebaseerde redenen om niet kritisch te hoeven zijn. De werkelijkheid is echter anders.
We zijn bang om iets van onze welvaart in te leveren. Terwijl we recht op een muur afrijden, zijn we blij dat we een auto hebben om dat te doen. Of zoals die ‘reclame’ van een vrouw die moet kiezen tussen honger of vluchten met het risico om doodgeschoten te worden. De klap in ons gezicht voelen we wel, maar zijn te bang om er iets van zeggen. Nou ja, de meeste mensen dan.
Boeren protesteren tegen het intrekken van een vergunning voor vijf kippenboerderijen. Dat kan en mag niet want ‘vergund = vergund’ maar is dat zo? Nu ben ik geen jurist, maar ik vind het interessant om te proberen te achterhalen hoe het zit en dat is best complex. Spoiler: de bewering is zeker niet altijd waar.
Hiërarchie der wetten
Nederland is opgericht op basis van de grondwet. Deze grondwet is in 1848 vastgesteld en daarna een aantal keren aangepast. Deze grondwet beschrijft de basis waarop Nederland bestaat, in zekere zin als systeem. Dat lijkt dan duidelijk, maar is het niet. De grondwet beschrijft namelijk lang niet alles. In de tijd dat de grondwet werd opgesteld bestonden er geen computers, hadden de meeste boeren kleine stukjes grond, was de trein nog een luxe en de auto had het daglicht ook nog niet echt gezien. De grondwet is een basis en die kan door allerlei wetten en regels worden aangevuld. Uitgangspunt is dat een wet of regel niet in strijd met de grondwet mag zijn.
De enige die mag toetsen of een wet strijdig is met de grondwet, dat is de wetgever (Regering/ Tweede Kamer) zelf, een rechter mag dat (nog) niet (er is een wijziging in de maak). Nederland is een van de weinige Europese landen waar dit (nu nog) zo is.
Er is echter een probleem, althans zo noem ik het maar. Je zou denken dat er in Nederland wetten gemaakt worden die gebaseerd of aanvullend op de grondwet zijn. Dat is niet helemaal waar. Er zijn behalve de grondwet nog meer toetsingskaders.
Dat begint bij Europese regelgeving. Die wetgeving mag niet in strijd zijn met de grondwet, maar staat in de ranglijst wel boven nationale wetgeving. Dus een Nederlandse wet mag niet in strijd zijn met een Europese wet, als die er is. Sterker nog, als er een Europese wet is dan kan het noodzakelijk zijn om ook een nationale wet te maken. Vaak geldt hiervoor een overgangsperiode.
Maar daarmee ben je er nog niet. Er zijn namelijk ook nog internationale verdragen waaraan een land zich kan committeren. Als je dat als land hebt gedaan, mag je ook geen wetgeving maken die in strijd is deze verdragen. Dit speelt bijvoorbeeld bij migratiewetgeving een rol, want dan moet je ook rekening houden met het Internationale verdrag van de Rechten van de Mens.
Als je dan denkt dat je er bent, dan heb je het weer mis. Er zijn nog tal van zaken waar je rekening mee moet houden zoals een Algemene Maatregel van Bestuur, ministeriële besluiten enzovoort. Als land heb je veel minder zeggenschap dan je denkt.
Wetgeving is nog niet zo gemakkelijk. Foto: William Cho
Nu naar de boeren die zeggen ‘vergund = vergund’.
Om een bepaalde activiteit te starten, heb je een vergunning nodig. Je doet een aanvraag met wat je wilt en je krijgt een vergunning als aangetoond kan worden dat alles binnen wettelijke kaders blijft. Je hebt een verplichting en dat is dat je de activiteit binnen twee of drie jaar uitvoert. Doe je dat niet, dan kan de vergunning worden ingetrokken.
Als je een activiteit bent gestart en daarna je niet aan de vergunning houdt, dan kan dat een basis zijn voor het intrekken van een vergunning. Dat geldt ook als je als vergunninghouder een andere (straf)wet overtreedt.
Dat zijn de duidelijke voorwaarden van een vergunning. Nu komt het lastige deel. Stel je hebt 25 jaar geleden een huis gebouwd volgens het toen geldende bouwbesluit. Dan is het niet zo dat als het bouwbesluit wijzigt, je huis ineens niet meer voldoet. Als je echter een wijziging aan je huis gaat aanbrengen, dan zal er wel getoetst worden aan het huidige bouwbesluit en moet goed worden vastgelegd wat er wel en niet moet veranderen en op basis van welke wetten. Daarvoor zijn toetsingskaders.
Nu naar de boeren die een vergunning hebben voor kippenboerderijen. Ze hebben een vergunning gekregen en daarin staan bepaalde voorwaarden. Daar moeten de kippenboeren aan voldoen. Doen ze dat niet, dan mag een vergunning worden ingetrokken, maar in de praktijk krijgt een bedrijf de kans om alsnog te voldoen. De vraag is of hier sprake van is. Dat is een lastig punt.
Hoewel een vergunning onherroepelijk is, kan een rechter wel toetsen of een vergunning terecht of volledig is. En daar zit nu de crux.
In 1992 is Europees vastgesteld dat landen moeten voldoen aan de Habitat richtlijn. Dat is dus een regel die in de hiërarchie boven de nationale wetgeving staat. Deze richtlijn geeft aan dat dat landen moeten zorgen dat er natuurgebieden zijn waartussen soorten kunnen migreren. Deze gebieden mogen niet in kwaliteit achteruit gaan. In algemene zin zijn die gebieden bekend als Natura 2000 gebieden. Dit wil niet zeggen dat gebieden die geen Natura 2000 status hebben zomaar mogen worden verwaarloosd.
Overheden moeten zorgen dat er geen achteruitgang plaatsvindt in deze Natura 2000 gebieden. Nu heeft een rechter geconstateerd dat in de Peel er wel een verslechtering plaatsvindt (al wordt dat niet in een meetbare matrix vastgelegd) en dat overheid (in dit geval de provincie) moet ingrijpen. Nu zegt de provincie dat de vijf kippenboeren de oorzaak zijn van de achteruitgang. Nu hoeft dat geen reden te zijn om de bedrijven te stoppen, maar de provincie ziet geen uitweg en wil de vergunning toch intrekken.
Mag dat dan zomaar?
Zomaar is wellicht wat strak gesteld, maar de Omgevingswet biedt die mogelijkheid wel. Een bevoegd gezag mag een vergunning intrekken (of is zelfs verplicht) als er sprake is van een activiteit die bijdraagt aan de verslechtering van een Natura 2000 gebied. Dit begint in artikel 5.1 van de Omgevingswet. Daarover is nu discussie, want als de vergunninghouder kan aantonen geen belasting op het gebied te doen, dan is er in principe geen probleem. De Provincie is echter van mening dat hier nooit aan kan worden voldaan en er altijd uitstoot zal zijn en daarmee een bijdrage aan de verslechtering van het gebied. De boeren zullen iets moeten veranderen aan hun bedrijf en dan is er een nieuwe vergunning nodig. Die zal dan getoetst moeten worden aan de huidige wet- en regelgeving.
Nu hopen de boeren op de nieuwe Stikstofwet. Die benadert de uitstoot van stikstof (verbindingen) iets anders en de hoop is dat daar dan een uitweg inzit. Maar dan mag die Stikstofwet niet in strijd zijn met de Europese regels. Als dat nu wel het geval is en met die nieuwe wet niet meer, dan klopt er ook iets niet.
Niet alleen is hier sprake van een strijd der wetten, maar ook een strijd tussen economisch belang en natuur. De Habitatrichtlijn is het enige dat de natuur beschermd. De mens kan slechts kiezen wat belangrijker is, economisch belang of natuur.
Disclaimer: ik heb diverse websites en wetten geraadpleegd, maar het kan zijn dat ik hierbij interpretatiefouten heb gemaakt. Laat gerust een commentaar achter als je meent dat het anders bekeken moet worden.
Financiële zekerheid is voor veel mensen nog steeds belangrijk. Daarbij hoort ook sparen voor later of voor onvoorziene omstandigheden. En dat doen we in Nederland volop. Zo wordt voor € 550 miljard gespaard en voor pensioenen is er ruim € 1500 miljard beschikbaar. Er is echter een probleem, dit appeltje voor de dorst wordt amper gebruikt. Dat blijkt wel uit twee discussies die er momenteel zijn, namelijk over de erfbelasting en het nieuwe pensioenstelsel. Maar wordt hierbij wel de juiste insteek genomen?
Als die € 2000 miljard ineens zou vrijkomen, dan is er een probleem. Dit bedrag komt dan aan de zogenaamde vraagkant (consumptie) terecht en dat betekent ook dat de productie omhoog zal moeten om aan die vraag te kunnen voldoen. De kans is groot dat dit niet lukt en dan ontstaat er schaarste en daarmee stijgen de prijzen (inflatie). Daarmee wordt het beschikbare geld in principe minder waard en het appeltje minder smaakvol.
Nu komt dat geld niet in een keer vrij. Bij pensioenen is het zo geregeld dat het pas vanaf een bepaalde leeftijd (nu ongeveer 67 jaar) in kleine hoeveelheden vrijkomt. Nu zit dat geld nog in een grote pot, maar de komende jaren schakelt men om naar persoonlijke potjes. Dat maakt het overzichtelijk, al vrezen velen dat er een achteruitgang zal plaatsvinden. De praktijk tot nu toe is dat dit nog niet het geval is, maar zelfs als er achteruitgang plaatsvindt, dan nog behoort de pensioenvoorziening in Nederland tot de beste in de wereld. Klagen is eigenlijk een luxe probleem. Overigens krijgt elke Nederlander ook nog een AOW, zelfs als je geen pensioen hebt opgebouwd.
De afgelopen decennia is de gemeenschappelijke pensioenpot gegroeid, er is meer ingelegd dan er is uitgegeven. Dat gaat de komende jaren veranderen. Afgelopen jaar was dat al het geval. Toch is de dekkingsgraad van de meeste pensioenfondsen prima en worden de pensioenen ook geïndexeerd (wat 10 jaar lang niet is gebeurd). De dekkingsgraad zegt is iets over de (toekomstige) verplichting die de fondsen hebben ten opzichte van wat ze in kas hebben. Het streven is om dit altijd meer dan 105% te laten zijn en de meeste fondsen zitten nu op 115% of hoger. Kortom geld genoeg. Dat zegt niet alles over de toekomstige situatie, maar op dit moment is er geen reden tot klagen.
Dan het geld dat Nederlanders sparen. Veel van dat geld zit bij oudere mensen en die komen nu steeds vaker bij een leeftijd waarop ze sterven. Deze mensen hebben vaak dat geld niet allemaal gebruikt als appeltje voor de dorst, maar laten een fors deel na aan kinderen of andere nazaten. Daarbij komt ook vaak nog de waarde van een huis (dus bovenop het spaargeld). Er gaat dus geld over van een oudere naar een jongere generatie. De vraag is of dat wel zo gunstig is? Als die jongere generatie het geld bij de bank laat staat, dan is de impact niet zo groot. Als die jongere generatie het geld gaat uitgeven, dan is dat gunstig voor de economie, maar kan het ook de inflatie aanwakkeren. Tel daarbij op de de jongere generatie vaak al een goed inkomen heeft en dat vermogen uiteindelijk alleen maar in box 3 van de belastingen komen.
Er zijn plannen om de erfbelasting te verhogen. Veel mensen vinden dat oneerlijk omdat over dat geld al belasting is betaald. Die belasting is betaald door degene die is overleden in een situatie waarin de overledene zich bevond. Als je iets erft, is dat in principe een extra inkomen en moet je daar ook (extra) belasting over betalen. De erfbelasting is echter lager dan de inkomstenbelasting en een verhoging lijkt dan ook op zijn plaats. De discussie of de overheid belasting op belasting mag heffen is eigenlijk een vertekend iets, want dat gebeurt dagelijks. Als je werkt krijg je loon. Hierover betaal je loonbelasting. Op het moment dat je (het netto) geld uitgeeft betaal je btw en/of accijns, over geld waar je al belasting over hebt betaald. Daarnaast betaal je ook nog gemeentelijke belastingen, wegenbelasting, hondenbelasting, allemaal van geld waar je al belasting over hebt betaald.
Nu heeft de overheid een probleem. De overheid moet zorgen voor algemene middelen. Dat kan gaan om sociale vangnetten (uitkeringen), veiligheidsmaatregelen (bijvoorbeeld aanleggen dijken) en infrastructuur (zoals wegen). Daarvoor is de komende jaren extra geld nodig. Geld dat de overheid niet heeft. Nu kan de overheid op twee manieren aan geld komen; door het heffen van belastingen of geld lenen op de kapitaalmarkt. Bij dat laatste leg je een deel van de schuldenlast naar de toekomst. Dat kan (vaak wordt hier een periode van 20 jaar voor genomen), maar schulden is eigenlijk nooit goed, want dat impliceert dat je meer geld uitgeeft dan je hebt (en heb je bij tegenvallers geen buffer). Het verhogen van belastingen vinden burgers over het algemeen niet fijn. Merkwaardig genoeg klagen diezelfde burgers wel dat de overheid te weinig doet. Je kan niet vragen om lusten terwijl je de lasten daarvan niet wilt dragen.
Het vervelende is echter dat veel mensen de overheid niet meer vertrouwen. Daar is ook wel reden toe, maar dat helpt niet bij het oplossen van problemen. Als burgers en bedrijven de overheid niet willen steunen met geld, dan kan de overheid niet doen wat ze zou moeten doen en daarmee ook niet het vertrouwen terugwinnen. Elkaar zo in de wurggreep houden heeft geen enkel nut en resulteert alleen in het afglijden van Nederland in de wereld.
Er zijn allerlei redenen aan te voeren om iets niet te doen, maar dat helpt niet als iedereen ziet dat er juist wel iets gedaan moet worden. Want er mogen wel veel appeltje voor de dorst zijn, maar als dat geld geen functie krijgt, dan zullen we blijven zitten met infrastructuur die in elkaar stort, met klimaateffecten (zoals nu een watertekort en bosbranden) en productieverlies. Dan zouden die appeltjes wel eens zuur kunnen worden.
In mijn boek beschrijf ik dat de menselijke hersenen uit een linker- en rechterdeel bestaat. Het linker gedeelte zou gericht zijn op bescherming en defensie, het rechter gedeelte op zorgzaamheid. Of het evolutionair of genetisch bepaald is, weet ik niet, maar bij mannen is het linker gedeelte sterker ontwikkeld en bij vrouwen het rechter gedeelte. En steeds vaker merk ik dat beiden aan het verdwijnen zijn.
Bij bescherming komt het erop neer dat er een gevaar is waartegen je je moet beschermen. Dat beschermen kan op twee manieren, defensief en offensief. In het eerste geval probeer je het gevaar tegen te houden, in het tweede geval probeer je het gevaar teniet te doen.
Bij zorgzaamheid gaat het erom dat je zorgt voor de mensen om je heen, of het nu je kinderen zijn of je buren of vrienden. Je probeert elkaar te helpen en als de een het moeilijk heeft, dan zet een ander een stapje extra.
Het herkennen van een gevaar blijkt voor steeds meer mensen (mannen) moeilijk. Als ze het wel herkennen, dan moet je er iets mee, maar dat blijkt dan ook vaak moeilijk. Daarmee krijgt gevaar in feite een vrij speelveld. Een fraai voorbeeld zie ik nu bij de natuurbranden in Frankrijk en Spanje. Het is een gevaar, maar toch gaan mensen ernaar toe omdat ze het al geboekt hebben of om een andere reden die blijkbaar belangrijker is dan het mijden van het potentiële gevaar.
Om gevaren te kunnen herkennen, moeten er eerst gevaren zijn. Die gevaren kunnen lokaal zijn, maar ook globaal en soms beiden. Als je de gevaren al herkent, dan moet je kijken wat je er mee gaat doen. Ga je het bestrijden of ga je in de verdediging?
Een voorbeeld van een globaal gevaar is de klimaatverandering. Je kan dat ontkennen, wat in feite inhoud dat je het gevaar niet herkent of niet wil erkennen. Dat is een optie, maar daarmee is een gevaar niet weg. Als je het wel herkent, is de vraag wat je er mee gaat doen. Ook hier is een andere vraag relevant: kun je er iets tegen doen? In de meeste gevallen is het antwoord ‘ja’. Dat komt omdat de oorzaken van klimaatverandering wel duidelijk zijn, maar dan zijn er weer grote groepen mensen die dat niet accepteren, waarmee je in feite terug bent bij af: je wilt niets doen tegen een gevaar. Het zelf iets kunnen doen moet wel resulteren in een actie en die blijft vaak uit. Niet alleen bij individuen, ook bij het collectief. Immers hoeveel waarschuwingen in de vorm van overstromingen, droogte, natuurbranden, stijgende temperaturen of stormen wil je hebben voordat je een gevaar wil erkennen? Zo zijn er meer bedreigingen. Voedseltekorten, ziekten en zelfs collectieve ondermijning. Met dat laatste bedoel ik dat we niet meer in staat zelf rationeel na te denken. Dat dreigde al met de komst van internet en kreeg een boost met sociale media. Ooit bedoeld als een systeem om (snel) informatie uit te wisselen is het verworden tot een systeem dat in grote mate onze manier van samenleven bepaalt. Een gevaar dat weinigen zien en er al helemaal niet iets aan willen doen. AI is de overtreffende trap en de enige manier om hier een hier een halt toe te roepen is het fundament weghalen. Helaas is internet al zo verweven met ons leven, dat niet alleen een fundament, maar ook muren gesloopt moeten worden. Een gevaar waar kleine groepen mensen al jaren voor waarschuwen, maar de grote massa niet wil(de) horen. Het wordt afgedaan als links (of rechts) gebral. Een gevaar is echter niet links of rechts, een gevaar is een gevaar.
En dan is er nog de zorgzaamheid, het naar elkaar omkijken. Als je de media zou volgen, dan kan het idee ontstaan dat zorgzaamheid niet echt ‘ons’ ding is. Vaak wordt bij een aankondiging van een AZC het middel protest uit de kast gehaald. In plaats zorgzaam voor vreemdelingen te willen zorgen, worden ze als gevaar gezien. Inderdaad bij gevaar moet je handelen, maar in de praktijk blijkt een AZC helemaal geen gevaar. Het WODC deed al in 2020 een onderzoek hiernaar en de meeste mensen hadden geen moeite me een AZC. Recent onderzoek toonde dat nogmaals aan. Een AZC wordt dus ten onrechte aangezien als een gevaar, waarmee zorgzaamheid onder druk komt te staan. Eigenlijk is de verkeerde beeldvorming hier het gevaar.
Gelukkig is er een toenemende zorgzaamheid in buurten en wijken. Dat kan echter niet voorkomen dat steeds meer mensen zich eenzaam voelen of – nog erger – in eenzaamheid raken. Vaak zijn er wel activiteiten voor eenzame mensen, maar de kunst is om eenzame mensen en de activiteiten te koppelen. Dat lukt steeds minder goed. Zorgzaamheid bieden wil niet altijd leiden dat er ook zorgzaamheid is.
Er vindt een langzame (of misschien wel snelle) verschuiving plaats van de manier waarop we in Nederland omgaan met gevaren en zorgzaamheid. De balans lijkt verloren te gaan. Waar veel mensen al roepen dat deze balans allang weg is, is de praktijk vaak dat het gaat om kleine groepen mensen die buiten de boot vallen. In deze kan een groep van een paar honderdduizend mensen als klein beschouwd worden. Er is echter geen reden om die groep te negeren. Wel kan het harde roepen van deze groep ertoe leiden dat er een gevaar ontstaat. Een gevaar dat er wel is, maar niet zo groot.
We zien gevaren waar die er eigenlijk niet zijn of het is een klein gevaar, maar de echte gevaren die zien we niet of we handelen er niet op. En dat in tijdperk dat we onszelf steeds meer buitenspel zetten en aan machines zaken overlaten. Dat is dan ook weer een gevaar.
In 1972 waarschuwde de Club van Rome dat economische groei ooit tegen ons zou gaan werken. Die waarschuwing werd (en wordt) in de wind geslagen. De vraag of dat terecht is wordt door sommigen gesteld, maar zelden beantwoord.
Met ‘Grenzen aan de groei’ maakten een groep van Europese onderzoekers en ondernemers zich destijds zorgen of bevolkingsgroei, voedselproductie, natuurlijke hulpbronnen en industrialisatie op termijn nog in balans kunnen blijven. Velen ervaren dat er een onbalans is en zeker een ongelijkheid, maar het is de vraag of dat ook betekent dat er een einde aan de groei zal komen. De vraag of de mens niet een te grote greep in de ‘kas’ van de aarde doet, is gerechtvaardigd.
Op basis van berekeningen in 1972 kwam de Club van Rome tot de conclusie dat in 2020 er een probleem zou ontstaan. De onbalans tussen bovengenoemde punten zou dan dusdanig zijn dat het maatschappelijk zou gaan knellen. Het knelt zeker, maar op een andere manier dan de Club van Rome had gedacht, niet door tekorten, maar door de effecten van de menselijke leefstijl.
Circulair leven
Tot nu toe levert de aarde voldoende voedsel en andere materialen zoals brandstof en metalen voor het maken van onze digitale wereld en om onze samenleving draaiende te houden. Dit is echter niet circulair, want er wordt meer van de aarde genomen dan er wordt teruggegeven. Men neemt fossiele brandstoffen, verbrandt het en geeft koolstofdioxide (CO2) terug. Met metalen worden woningen,wagens en computers gebouwd en geeft gaten in de bodem terug. Regenwouden worden gekapt en worden een woestijn. Die onbalans kan nog een tijdje doorgaan zolang de aarde kan geven, maar dat houdt een keer op.
Het niet circulair werken met de aarde heeft een gevolg. De mensheid produceert van alles, waar de natuur en aarde weinig aan heeft. De aarde kan weinig met al dat plastic, de kledingbergen die in bepaalde (Afrikaanse) landen ontstaan of de ruïnes en scheepswrakken die we achterlaten. De natuur werkt er omheen, maar het voegt niets toe aan de circulariteit. Slechts met technieken worden zaken in stand gehouden. Door moderne landbouwtechnieken, genetische manipulatie is er nog voldoende voedselproductie, anders zou het een probleem worden om straks 9 miljard monden te voeden. Eigenlijk is dat al een probleem, want steeds meer mensen sterven letterlijk van de honger, slechts degenen met geld overleven.
Vaak wordt gezegd dat de mensen de aarde aan het vernietigen zijn, maar dat is een overschatting van het kunnen van de mens. De mens verandert wellicht de aarde. Wie vanuit de ruimte naar de aarde kijkt, zal de sporen die de mens gemaakt heeft, kunnen zien. De sporen van het andere leven is een stuk lastiger te zien, slechts bossen, woestijnen en zeeën zijn waarneembaar, maar termietenheuvels of beverdammen niet. De aarde zal gewoon blijven bestaan, maar of er nog een plek is voor de mens, dat is een vraag die gesteld mag worden.
Minder consumptie zal onvermijdelijk worden. Afbeelding: Aasif_saifi
Consuminderen
De mensheid zal moeten komen met een aanpassingsstrategie. Als men uit wil gaan van een circulariteit dan zal de mens fors het consumptiegedrag moeten inperken. Het komen tot een balans van wat een individu neemt van de aarde en teruggeeft kan de huidige levensstijl niet langer ondersteunen. Dat kan het al een paar duizend jaar niet, maar sinds het begin de industriële revolutie gaat het wel hard. Menskracht werd vervangen door mechanisatie en nu wordt gewerkt om het denkvermogen te vervangen door computers. Het voordeel is dat daardoor meer werk kan worden verzet, het nadeel is dat de energie die er voor nodig is ergens vandaan moet komen. Nu is dat nog grotendeels van fossiele brandstoffen al is er een opkomst van duurzame energie. Of die op tijd komt om een klimaatprobleem, zeespiegelstijging en verlies aan biodiversiteit tegen te gaan, valt te betwijfelen.
Het ziet er niet naar uit dat het gros van de mensheid in staat is de levenswijze aan te passen. Ze wijst constant naar overheden, die vaak corrupt zijn en zeker niet democratisch. Die verwijzing is dus niet een goede oplossing. Dan rest alleen om individueel (of in groepsverband) zaken te veranderen. Dat gebeurt op kleine schaal wel, gelukkig maar anders was de schade nu nog groter geweest.
Bevolkingskrimp
Binnen de wereld waar kapitalisme een belangrijke rol speelt, is echter een ander verschijnsel aan het plaatsvinden dat zomaar een oplossing zou kunnen zijn. Dat is bevolkingskrimp. Decennia lang groeide de bevolking. Dit had er enerzijds mee te maken dat er meer kinderen in leven bleven (minder kindersterfte) en anderzijds mensen ouder worden. Daar zou op een bepaald moment een balans in moeten komen, maar er is iets opvallends aan de hand. Het aantal kinderen dat nu wordt geboren is lager dan het aantal mensen dat sterft. De zogenaamde vervangingsgraad ligt op 2,1 per stel, maar is in Europa nu nog net boven de 1,3; ook in Nederland.
Dat betekent dat er geen autonome groei is in Nederland. Daar sta je dan met ‘eigen volk eerst’. De enige reden dat bevolking in Nederland nog groeit, is door immigratie. Het merendeel van die immigratie is economisch gerelateerd (arbeidsmigranten, expats, studenten). Nederland is qua oppervlakte echter veel te klein om nog te groeien en totaal niet zelfvoorzienend. De hoeveelheid middelen die Nederland nodig heeft is vier tot zes keer groter dan er geproduceerd wordt. Voor productie zijn grondstoffen nodig en die komen vooral uit andere landen. Maar nog veel erger is dat Nederland vooral een dienstenland is, dat wil zeggen dat er veel wordt geregeld, zoals transport, (digitale) infrastructuur en onderzoek. Maar dat alles kan men niet eten.
Terwijl Nederlanders klagen over woningtekort, stikstofproblemen en achterstallig onderhoud, zijn er maar weinigen die zich afvragen ‘waar zijn we eigenlijk mee bezig?’ Het simpele antwoord is dat we nog steeds bezig zijn groei na te streven. Groei waarvan de Club van Rome had gezegd dat die eindig is. Het zou veel verstandiger zijn om voorbereidingen te treffen voor krimp. Dat zal zowaar niet gemakkelijk zijn, want ‘we’ zijn gewend om steeds meer te hebben en krijgen. Iets inleveren en het doen met minder is iets wat men niet kent. Wat dat betreft zouden de gezegden ‘de tering naar de nering zetten’ of de ‘de broekriem aanhalen’ wel weer eens van stal gehaald mogen worden.
Ik vrees dat zolang we blijven nastreven onze inkomsten te willen verhogen, het niet tot krimp zal komen. Uiteindelijk zal ook Nederland eraan moeten geloven, want de tekorten zullen ontstaan, een klimaatverandering en zeespiegelstijging zullen decennia nemen om terug te draaien. De pijn beginnen we al een beetje te voelen. De zomers worden warmer, er dreigen watertekorten en dat bovenop de problemen die we al hebben. Omgaan met krimp zal nog wel wat energie vergen.
Wie tien jaar geleden sprak over AI, kreeg vragende blikken. Het was nog onbekend bij het grote publiek. OpenAI (bedrijf achter ChatGPT) ontstond in 2015 en de eerste versies zagen in 2018 het daglicht. Sinds 2022 is het snel gegaan, heel snel. AI is het toverwoord en honderden miljarden euro’s vliegen je om de oren. En dit terwijl de gemeenschap amper de tijd krijgt om te realiseren wat het betekent. De meeste mensen worden overrompeld en verleid met de voordelen van AI, maar niet de nadelen in beeld krijgen. En dat kan grote gevolgen hebben, daar waarschuwen steeds meer deskundigen voor.
Wat is AI?
AI is een computersysteem en daarmee niet een mens. Wat men probeert is een computer te maken die door leren zaken kan beredeneren, problemen kan oplossen, beslissingen kan maken en indrukken verwerken. Dit zijn menselijke eigenschappen die door een machine worden uitgevoerd. Voordeel is dat een machine sneller verbanden kan leggen dan een mens, 24 uur per dag kan werken en nooit ziek is. Dat klinkt leuk, maar is het dat ook?
Om te beginnen is er een computer nodig. Niet een gewone computer, maar een computer die snel werkt, immers alleen dan kan de rekenkracht die nodig is om AI functioneel te laten zijn, bereikt worden. Om dergelijke computers te maken, zijn geavanceerde chips nodig en daarvoor heb je specifiek machines nodig. ASML maakt (tot nu toe als enige) deze machines en verdient daar fors geld mee. In Veldhoven ondervinden ze daar al steeds meer de nadelen van, want alles wat er wordt gebouwd is niet voor de lokale bevolking, maar voor mensen die bij ASML werken.
Dan heb je nog producenten van die chips nodig. Ook daar buitelen de bedrijven over elkaar heen. Nvidia is tot nu toe de grootste, maar dat kan morgen zo weer anders zijn. Miljarden vliegen je om de oren.
Dan heb je die chips en die gaan vervolgens in datacentra, want alleen zo kan je de rekenkracht die nodig is voor AI voor elkaar krijgen. Die datacentra gebruiken enorme hoeveelheden stroom en water (om te koelen). Je zou zomaar kunnen zeggen dat als Nederland geen datacentra (voor AI) zou hebben, het stroomprobleem (netcongestie) zomaar opgelost kan zijn.
Voordat AI aan de slag kan is er al een enorme aanslag op onze samenleving en milieu gedaan.
Dan heb je die datacentra, dan moeten ze nog aan de slag. Daarvoor zijn programma’s nodig en die moeten dan weer door IT-ers worden gemaakt en onderhouden. Dat vraagt om veel menskracht, die dan niet kan worden ingezet voor zaken die echt nodig zijn om het menselijk leven mogelijk te maken.
Maar dan heb je die computersoftware, dan moet die nog aan de slag. De kennis die AI nodig heeft, kan gedeeltelijk van het internet worden gehaald (waarbij aan elke vorm van copyright voorbij wordt gegaan), maar moet voor een fors deel ook door mensen worden ingevoerd. Men beseft niet dat er wereldwijd miljoenen mensen voor een karige vergoeding AI aan het voeden zijn met informatie, zodat AI snel verbanden kan leggen. Een controle of die ingevoerde informatie juist is en of de gelegde verbanden op een goede manier worden gedaan, is er amper. Op dit moment is AI een gigantische banenmachine. Mooi voor de mensen die er nu hun brood mee verdienen, maar blijft dat ook zo?
Welke rol speelt de mens nog in de digitale wereld? Foto: vrij van Pixabay | DeltaWorks
Maatschappelijke impact
Dat is de vraag die nu speelt. Is AI een bubbel of niet? Veel bedrijven investeren nu in elkaar, terwijl de productie nog best karig is. De productie die er wel is, roept al voldoende vragen op. Zo wordt ChatGPT door velen gezien als een handige tool om stukken te schrijven en informatie bij elkaar te vinden. In de praktijk is dat zo, maar wat gebeurt hier in feite? AI legt alleen verbanden op basis van reeds beschikbare informatie. Als mensen het internet of AI niet blijven voeden met nieuwe informatie, dan houdt het op. Tenzij AI zelf die nieuwe informatie gaat aanmaken. En dan is er een probleem, want is het dan nog controleerbaar? Dat is een vrees die deskundigen hebben, dat AI de mens gaat vervangen en dan zou de mens nu werken aan zijn eigen overbodigheid.
De vraag is of dat zo is. Immers de mens is nu nog nodig voor een aantal fysieke zaken. Voordat het zover is dat AI zelf voedsel kan zaaien, het land bewerken, kan oogsten, het voedsel verwerken en distribueren , zijn er nog wel wat stappen nodig. En als AI zover is, dan zijn mensen (en voedselproductie) niet meer nodig. AI moet dan alleen nog zorgen dat er stroom is om zichzelf in stand te houden, maar voor wat?
Zover is het nu nog niet, maar er is al wel een behoorlijke dreiging of eigenlijk dreigingen. Zo maakte het Amerikaanse bedrijf Anthropic AI modellen (Claude, Mythos) die zoveel kunnen dat de Amerikaanse overheid het teveel vond en ingreep. Dat terwijl het bedrijf dan weer vond dat AI niet ingezet mocht worden voor defensie. Op zich logisch, want als je AI inzet om te beslissen of mensen mogen leven of niet, dan ga je ver. Overigens is dat op het slagveld allang praktijk. De ingreep door de Amerikaanse overheid duurde niet lang.
AI heeft een goede potentie. Het kan dingen sneller en wellicht beter doen dan mensen. Daarbij moet wel de stelregel zijn dat mensen de controle houden en AI ten dienste van de mens werkt. Dat is echter geen garantie, want niet alle mensen zijn goedaardig en dat betekent dat AI ook kwaadaardig door mensen gebruikt kan worden. Dat gebeurt op dit moment massaal. En daarmee is er een directe invloed op onze samenleving.
Leugen
Zo werden mensen al geconfronteerd met naaktfoto’s die door AI werden gemaakt, maar namaak waren, alleen weet de kijker van die foto’s dat niet. Dat geldt trouwens voor veel foto’s. Eigenlijk kun je geen enkele foto meer vertrouwen en dat is nadelig, want foto’s die wel echt zijn (en de waarheid vertellen) worden niet meer serieus genomen. Dat geldt ook voor verhalen die rondgaan. Er zijn steeds meer verhalen en (zogenaamd) wetenschappelijk onderzoek dat rondgaat, dat niet is gebaseerd op werkelijk gevonden resultaten. Daarmee is AI al een behoorlijke leugenmachine geworden. Let op, dit alles is de afgelopen vier jaar ontstaan en de mensheid kan hier blijkbaar geen stop op zetten.
Nu was de leugen van het beeld (photoshop) en misleiding in literatuur (plagiaat, verkeerde interpretaties) er al langer, maar er was altijd wel een mens die dit doorzag. De hoeveelheid leugens die AI nu al de wereld in slingert is nagenoeg niet meer te controleren. In films werd hier al veel eerder voor gewaarschuwd (kijk maar eens naar de drie Kingsman films).
Dit alles zet ons sociaal systeem op de kop. Want wie of wat kun je straks nog vertrouwen? Kan een krant/ journalistiek nog een controlerende rol spelen? Hoe worden politici beïnvloed en wat voor impact heeft AI op ons dagelijks leven? Het zijn belangrijke vragen, maar we hebben geen tijd om die te beantwoorden, omdat de ontwikkelingen zo snel gaan. De wetgeving inzake AI loopt hopeloos achter (of ontbreekt) of functioneert niet. Dat zie je nu al bij sociale media. Terwijl de EU nu met boetes dreigt, is de schade allang toegebracht.
De oorzaak zit ook voor een deel bij de burgers zelf. Die laten zich verleiden tot het gebruik van de vooruitgang en voordat ze zich (kunnen) afvragen of het schadelijk is, zijn ze er aan ‘verslaafd’. Laten we wel zijn, sinds de PC (Personal Computer) zijn intrede heeft gedaan, zijn er al veel veranderingen geweest. Als schrijver moet ik er niet aan denken alles nog op een (mechanische) typemachine te doen. Een fotograaf zal wellicht met weemoed terugdenken aan de filmrolletjes en het (zelf) ontwikkelen van foto’s, maar toch blij zijn dat je digitaal eindeloos foto’s kan maken en achteraf (in plaats van vooraf) kan bepalen welk materiaal je wilt gebruiken. En een ander nadeel is dat veel digitale zaken gratis lijken, maar burgers hiervoor best veel privacy opgeven. Dat is niet erg, zolang burgers zich bewust zijn van de gevolgen, maar ik vrees dat veel burgers dat niet zijn.
In de jaren 60 en 70 was er het gezegde ‘de leugen regeert’ waarbij vaak naar de overheid en/of bedrijfsleven werd gewezen. Ik vrees dat dit gezegde nog steeds geldt, maar dat we niet meer weten waar we naar toe moeten wijzen, omdat we de waarheid niet meer van de leugen kunnen onderscheiden.
Laat in Nederland het woord stikstof vallen en je hebt discussies, protesten, onkunde en nog veel meer randverschijnselen die weinig te maken hebben met de kern van de boodschap. Er is namelijk geen stikstofprobleem, maar waarom schiet iedereen dan allerlei standen van verzet en grote woorden?
De basis ligt in 1992 toen de Habitatrichtlijn voor de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna werd aangenomen. Deze Europese richtlijn heeft als doel bij te dragen tot het waarborgen van de biologische diversiteit in de lidstaten door bescherming van habitats en soorten die van Europees belang zijn. De gedachte is dat natuur geen (lands)grenzen kent.
Anders gezegd: soorten moeten blijven bestaan en daarvoor is het nodig dat verschillende leefomgevingen beschikbaar zijn. Een kikker heeft water nodig en heeft niet veel aan een zandverstuiving, dus moet ervoor gezorgd worden dat er water is waar kikkers kunnen leven. Dat vraagt dat dit water van een bepaalde kwaliteit moet zijn en daar zorg voor moet worden gedragen.
Soorten verplaatsen zich en daarvoor is het nodig dat er natuurgebieden zijn waartussen dat kan. Die natuurgebieden worden Natura 2000 gebieden genoemd. Het netwerk van Natura 2000 gebieden in Europa moet ervoor zorgen dat soorten zich kunnen verspreiden. Ecologische verbindingszones worden deze gebieden ook wel genoemd. Elke lidstaat afzonderlijk moet zorgen dat de kwaliteit van de Natura 2000 gebieden voldoende op peil blijft. Het gaat niet om het in stand houden van een bepaalde soort in een bepaald gebied.
Een land mag niet opzettelijk ingrijpen in een Natura 2000 gebied en kan ook niet zomaar een natuurgebied aan deze status onttrekken. Daar staat een vergoeding vanuit Europa tegenover om te zorgen dat deze gebieden van voldoende ecologische waarde blijven. Dit betekent dat elk land passende maatregelen moet treffen om deze natuur in stand te houden. Dat kan bijvoorbeeld een toegangsverbod zijn, maar ook een jachtverbod of een verbod in het verhandelen van grond.
De vraag is nu wanneer stikstof in beeld komt? Er zijn in Nederland 162 Natura 2000 gebieden en hiervan zijn er 128 gevoelig voor stikstof. Dat wil zeggen dat als de hoeveelheid stikstof te hoog of te laag wordt de ecologische waarde verandert en dat mag niet conform de afspraken. Immers de ecologische staat van een gebied bepaalt of het bijdraagt aan een Europese ecologische verbindingsstructuur. Stikstof is een voedingsstof voor planten, maar de ene plant heeft meer nodig dan een andere plant. Planten die weinig nodig hebben leven vaak in voedselarme gebieden.
In de praktijk betekent dat als in een stikstofgevoelig gebied (voedselarm) er teveel stikstof is dat je enerzijds zorgt dat er geen extra stikstof bijkomt en anderzijds dat stikstof ‘verdwijnt’. Dat eerste kan men bijvoorbeeld bereiken door te voorkomen dat er stikstof vanuit de lucht of via het water een gebied inkomt. Het gaat hierbij niet om de stikstof (N2) in de lucht maar om stikstofverbindingen zoals ammonia, ammoniak (NH3/NH4) of stikstofoxiden (Nox). Die stikstofverbindingen worden vooral door menselijke activiteit veroorzaakt. Nox door verbranding (verkeer, industrie) en ammonia(k) via landbouw (veeteelt). Als je toename wilt voorkomen, is aanpak aan de bron de meest logische stap.
Stikstof uit een gebied laten verdwijnen kan bijvoorbeeld door uitspoeling of afvoer van biologisch materiaal of zelfs afgraving. Uitspoeling is niet altijd handig, want dan komt het in het oppervlaktewater en dat heeft ook een ecologische waarde. Afgraven klinkt dan weer als een ingreep die niet past bij een natura 2000 gebied (al gebeurt het soms wel).
Het beheersen van stikstofverbindingen is een middel, niet een doel
Tot zover klinkt het allemaal logisch, maar toch is er een stikstofprobleem zegt men. Zo wordt het gebracht, maar in basis is een menselijk handelen dat een probleem is en dat klinkt niet populair. Dit heeft te maken met economie of om het maar wat botter te zeggen: geld. Nu zou men kunnen denken dat als het om geld gaat, je dan maar moet zorgen dat mensen schadeloos worden gesteld in ruil voor het inleveren van stikstofproductie. Dat klinkt in woorden simpel, maar in de praktijk niet. In de praktijk komt het er vaak op neer dat iemand moet stoppen met een eigen bedrijf en dat valt zwaar voor veel mensen. Dat is te begrijpen, maar is dat per se nodig?
Nee dat is niet per se nodig. Als landbouwer kun je ook overgaan op duurzame productie. Dit kan bijvoorbeeld door circulair te werken, dat wil zeggen dat alle stikstof die in een bedrijf rondgaat uit het bedrijf zelf komt en niet wordt toegevoegd, bijvoorbeeld in de vorm van kunstmest of krachtvoer. Het probleem daarbij is dat dit vaak ten koste gaat van de productie (minder opbrengst), wat voor ondernemers met een forse schuld niet bepaald prettig is. Maar geld is oplosbaar, het gaat om de wil om te schakelen. En daarvoor is ook een richtlijn vanuit Europa: in 2030 moet 15% van de landbouw biologisch (duurzaam) zijn, maar Nederland zit nu ergens tussen de vier en vijf procent. Het lijkt wel of de wil er niet is. Met dit percentage doet Nederland het slechter dan de meeste overige landen in de EU, wat aangeeft dat andere landen wel bereidheid hebben tot aanpassing.
Overigens geldt het niet alleen voor de landbouw, ook industrie en verkeer moet een steentje bijdragen. Dat willen ze ook wel, maar daar is bijvoorbeeld de netcongestie een probleem. De bouw zou kunnen bijdragen door meer circulair te bouwen, iets wat nu amper gebeurt.
Ook wordt vaak aangevoerd dat het afvangen van stikstof kan voorkomen dat stikstofverbindingen in het milieu komen. Innovatie wordt hier vaak aangehaald. Dat is een optie, maar voorkomen is beter dan genezen en daarvoor is nu gekozen. Daar mag elke ondernemer het mee oneens zijn, maar de vraag is waarom? Het antwoord op die vraag is mij nogal onduidelijk, want vaak wordt aangehaald dat een bedrijf al generaties in de familie zit, maar ik denk dat het niet zo heel moeilijk is om een lijst met familiebedrijven op te stellen uit andere sectoren die om milieu of financiële redenen gestopt zijn.
Vaak worden veel andere argumenten erbij gehaald. Vaak gehoord is Duitsland. Daar mag men nog vrolijk stikstofverbindingen uitstoten, zelfs vlak over de grens met Nederland. Dat laatste is waar, want de meeste landbouw in Duitsland zit in het noordwesten van dat land. Maar Nederland stoot op dit moment vier keer meer stikstof per hectare uit als Duitsland. Daarnaast is Duitsland ook nog eens veel groter (dus logisch dat ze in totaal meer uitstoten, maar daar gaat het dus niet om). Ook hoor ik regelmatig het argument dat Nederland als postzegelland niet zoveel stikstof uitstoot. Ook dat klopt, maar daar gaat het niet om, het gaat om de hoeveelheid stikstof in Nederlandse natuurgebieden, niet wat het buitenland doet. Althans als het aanwaaien van stikstof niet wordt meegeteld. De vraag is of dit relevant is. Nederland is namelijk per hectare de grootste uitstoter van stikstof (per hectare) gevolgd door België en Duitsland.
Is het allemaal kommer en kwel in Nederland? Nee zeker niet. Sinds 2005 is de hoeveelheid stikstofoxiden (industrie/verkeer) met 62% gedaald en de hoeveelheid ammoniak (landbouw) met 27% (Bron: PBL). Ook de veestapel neemt af. Dat is de positieve ontwikkeling, maar daarbij moet wel gezegd worden dat het niveau waar we vandaan komen, hoog was.
Vaak wordt ook aangehaald dat minder voedselproductie kan leiden tot minder voedselzekerheid. Ook daar valt wel wat op af te dingen. 40% van al het voedsel (ook dat wat we importeren) wordt geëxporteerd en daarnaast wordt ook nog een een kleine 20% van het voedsel verspild. Hierin zit voldoende marge om de voedselproductie in te krimpen. Dit nog afgezien van de keuze om bijvoorbeeld minder vlees te eten (is een inefficiënte manier van voedselvoorziening).
We hebben in Nederland geen stikstofprobleem, maar een probleem met ons mens zijn en het maken van keuzen. In Nederland zijn we niet goed meer in staat om de tering naar de nering te zetten en al helemaal niet goed in het accepteren van veranderingen die initieel voor minder zorgen, maar op lange termijn juist voor meer. Er wordt te vaak gezocht naar redenen om niet te veranderen, terwijl redenen om iets wel te doen vaak als onhaalbaar worden bestempeld.
Ze zeggen wel eens dat meten is weten. Anders gezegd, data geeft inzicht in een situatie. Toch is dat niet helemaal waar, want vaak worden relatieve zaken (in procenten) en absolute waarden (in eenheden) door elkaar gehaald. Het Centraal Bureau voor Statistiek is voor media een van de belangrijkste bronnen voor data. Toch zegt een getal niet alles. Zo bericht het CBS dat de afgelopen vijf jaar het percentage hernieuwbare energie in Nederland met 127% is gestegen. Dat klinkt heel mooi, maar als je dat afzet in absolute zin, dan staat Nederland in Europa de 18e plek (van de 27) en dat is dan niet bijzonder.
Data kan zeker iets zeggen over wat er speelt, maar moet altijd van een context worden voorzien. En dan bedoel ik de juiste context. Dat wordt vaak vergeten of niet goed gedaan. Dat plaatsen in een context is vooral een taak van journalisten (geworden), maar in de vluchtigheid van de hedendaagse samenleving is daar vaak geen tijd voor. Niet alleen het verzamelen van data is een tijdrovende zaak, ook onderzoekende journalistiek kost tijd. Helaas is een beeld via sociale media of een praattafel op tv snel de wereld in geholpen, maar als dat beeld niet klopt of moet worden genuanceerd, dan is dat lastig. Het is net als bij contact tussen mensen; je krijgt maar een keer de kans op een eerste indruk. De praktijk is dat die eerste indruk vaak niet de juiste indruk is. Wellicht is iemand bij de eerste ontmoeting heel zenuwachtig en als je de persoon beter leert kennen, blijkt het een heel rustige en gebalanceerde persoon te zijn.
Media schieten vaak tekort om zaken in een juiste context te plaatsen. Zo zijn er de afgelopen maanden veel protesten geweest tegen de komst van AZC’s. Vaak liepen de demonstraties uit op geweld, waaruit een beeld getrokken kan worden dat mensen echt tot alles bereid zijn om de komst van een AZC tegen te houden. De NOS besloot eens te kijken aan de hand van beelden wie die mensen zijn die geweld plegen en het viel op dat een behoorlijk aantal personen bij elke demonstratie aanwezig was, dus helemaal niet lokaal. Dat geeft niet alleen een vertekend beeld van hoe mensen staan tegen de komst van een AZC, het schetst ook een negatief beeld van de lokale bevolking. Wie verder graaft, komt zelfs uit dat de meeste mensen niets tegen een AZC hebben en zelfs na de daadwerkelijke komst van een AZC positief zijn. Dat blijkt ook uit data, maar die komen veel minder vaak in het nieuws.
En zo gaat het vaak met data, er wordt vaak een keuze gemaakt (cherry picking). Welke reden er ten grondslag ligt aan die keuze blijft voor het grote publiek onduidelijk. In sommige gevallen wordt er wel een zogenaamde factcheck uitgevoerd, maar ook die halen vaak niet het nieuws. En als de bron van data dan verkeerd wordt geciteerd, heeft die bron dan een taak om dat te corrigeren? Tanja Traag van het CBS: “Een van de belangrijkste taken van het CBS is onafhankelijk en objectief blijven. Bij een politiek geladen onderwerp zou het kunnen lijken alsof we een kant kiezen terwijl we dat niet doen.”
Dan speelt er nog een rol tussen generaties. Want data zijn abstract, maar kunnen wel anders worden geïnterpreteerd. Generatie X (geboren 1965-1980) zijn vooral opgegroeid in een analoge wereld die staat tussen de babyboomer (1946-1964) en de millennials (1981-2000). Ze zijn vooral nuchter, werken bij een werkgever, pragmatische en een kritische houding richting autoriteit. De Millennials (generatie Y) zijn grotendeels opgegroeid in een digitale wereld en zijn meer flexibel en gericht op persoonlijke ontwikkeling, waarbij een balans tussen werk en privé gewenst is. Generatie Z (1997-2012) zit geheel anders in elkaar. Ze zijn volledig opgegroeid in een digitale wereld waarin sociale netwerken een belangrijke rol spelen, ze zijn meer gefocust op het hier en nu dan op de toekomst en aan autoriteit hebben ze eigenlijk geen boodschap. Ze zijn ook niet trouw aan een werkgever. Delen is belangrijk en daar hoeft niet altijd geld tegenover te staan. Deze drie verschillende insteken, maakt ook de manier waarop ze kijken naar zaken en nieuws anders. Ook de manier waarop ze data krijgen voorgeschoteld is anders en kom dan maar eens aanzetten met een aansprekende factcheck.
Waar generaties X en Y nog veel waarde aan economie hechten, is voor generatie Z belangrijke of dat ook iets voor hen (als individu en gemeenschap) oplevert. De context omtrent data is belangrijk, maar ook de context van de ontvanger speelt een rol. Data zegt iets over de realiteit, maar hoe de ontvanger die realiteit ervaart kan heel anders zijn. Daarbij speelt dat de verschillende generaties verre van een uniforme groep is, pluriformiteit speelt ook een belangrijke rol. Niet alleen leeftijd speelt een rol, maar ook hoe iemand is opgevoed, opleiding, religie en woonomgeving kunnen een belangrijke rol spelen.
Toen ik het boek ‘Het sprookje Nederland’ schreef was me wel duidelijk dat beeldvorming veel te vaak niet overeen komt met de werkelijkheid. In het boek zijn meerdere omschrijvingen te vinden van zaken die spelen in Nederland. Hiervoor heb ik vele rapporten met cijfers en contexten gelezen. Ik begon ermee bij het ontstaan van Kabinet Schoof en was klaar met boek toen dit Kabinet alweer gevallen was. Met het nieuwe Kabinet is er echter weinig veranderd en zal er ook weinig veranderen, omdat ze doorgaan op dezelfde politieke leest. Om dat laatste te veranderen zou er een zelfreflectie van de de Tweede Kamer en regering moeten zijn, maar die is er niet. Dat beschreef ik ook al in het boek. Eigenlijk had ik gehoopt dat het boek snel achterhaald zou zijn, maar een jaar later is het nog steeds actueel.
En daarmee blijft ‘meten is weten’ iets waar we goed mee moeten opletten, want het is vooral iets waar een ieder zijn of haar eigen voordeel wil halen, waarbij het risico van een beeldvorming steeds verder van de realiteit komt te staan. Een beeldvorming bijstellen, dat is dan weer lastig.
Als je kennis hebt van iets dat erg is of ernstig kan worden, mag je dan zwijgen en die kennis niet tot actie laten leiden? Er zijn vast veel mensen die dit soort ‘geheimen’ hebben, maar verder geen actie ondernemen. Dat is best een dilemma. Het wijst op een gedrag dat we al dan niet kunnen of mogen tolereren. Soms trekken we een grens. Filmen bij een ernstig ongeluk wordt vaak niet gewaardeerd en al helemaal niet als je dat vanuit een rijdende auto doet. Geen hulp bieden terwijl je het wel had kunnen doen, kan ook als nalatigheid beschouwd worden en daar kun je straf voor krijgen. Toch zijn die (morele) grenzen vaak vaag.
Neem nu de mens versus natuur. Is er wel sprake van een tegenstelling? Aristoteles plaatste de mens bovenaan en al het andere leven is er ten dienste van de mens. Dat verkondigde hij al in de vierde eeuw voor Christus en er zijn nog steeds mensen die dit zo vinden. Anderen vinden dat de natuur ten dienste staat van de mens omdat God het heeft geschapen. De mens moet alleen goed rentmeesterschap geven (hoe dat moet, is dan weer minder duidelijk). Steeds meer mensen realiseren zich dat de mens niet boven de natuur staat, maar er onderdeel van uitmaakt. Andere levende wezens kunnen dingen die de mens niet kan of slechts met hulpmiddelen. De natuur is niet een ding, maar iets dat leeft en ook emotie kan hebben. Dat is mooi als je dat in wilt zien, maar wat doe je dan in de praktijk? Dat blijkt een stuk moeilijker. Als je natuur ruimte wilt geven, dan moet je als mens inschikken en controle opgeven. Dat is iets waar we moeite mee hebben. We kappen nog steeds bomen als we dat al mens nodig vinden. We vervuilen rivieren als ons dat goed uitkomt. We storten de oceanen vol met plastic want dat is ver weg en zien we niet.
Eigenlijk weten de meeste mensen dat we ons handelen moeten aanpassen, maar doen het niet. We zien de noodzaak wel, maar voelen die noodzaak niet. En zolang we dat niet voelen, dan doen we er niets mee. Maar dat komt ook wel omdat we onvoldoende in contact staan met de natuur. Heb je wel eens in een bos op de hei een half uur stilgestaan en gekeken wat er dan allemaal gebeurt in de natuur? Wellicht ga je dan wat verwondering voelen en als je iets voelt, ben je ook bereid om iets te doen.
Het moreel kompas is bij de meeste mensen anders
Overigens zijn in de meeste culturen die verbindingen met de natuur er wel. De inheemse bevolking van bijvoorbeeld Australië of Zuid-Amerika keken en luisterden wel naar de natuur, maar in het Westen zijn we dat verleerd. Daar hebben we bepaald dat zaken alleen waarde heeft als het geld oplevert. En heeft de natuur dat? Soms, omdat bomen geld kunnen opleveren. En sommige planten en dieren ook. Maar het geheel, nee dat heeft geen waarde? Of toch wel? Want als u op zondagmorgen door een bos loopt, dan heeft dat toch waarde? En een rivier… als die droog zou vallen kunnen we geen goederen over water meer vervoeren. Natuur heeft wel waarde, maar we erkennen dat niet. In menselijke optiek is de natuur wilsonbekwaam, het spreekt geen mensentaal. Pas als een natuurlijke omgeving gevaarlijk wordt, grijpt de mens in zoals nu bijvoorbeeld bij landgoed De Utrecht (waar bomen massaal sterven en dreigen om te vallen of dat takken kunnen afbreken).
Een zelfde verhaal kan opgesteld worden ten aanzien van klimaat. De meeste mensen realiseren dat hun handelen bijdraagt aan een klimaat verandering. Niet iedereen, maar 70% van de Nederlanders denkt dat hun handelen bijdraagt opwarming, stijgende zeespiegel, meer wispelturig weer enzovoort. Dan zou je verwachten dat men het gedrag gaat aanpassen, maar dat doen de meesten niet of in onvoldoende mate. Er is een model dat kan berekenen wat een land gebruikt aan middelen die de aarde beschikbaar stelt. Gebruikt een land meer dan het maximum, dan gaat het fout. Hieraan is een datum te koppelen en voor Nederland viel die begin mei. Dat betekent dat we op veel te grote voet leven. Vroeger zou men zeggen, ‘we leven op de pof’. Ik vrees echter dat we de rekening hiervoor niet gaan betalen in geld, maar in ellende.
Het moreel kompas gaat wel vaker niet in een logische richting. Zo viel Rusland In 2022 Oekraïne binnen en vonden we dat onjuist en deden we Rusland in de ban en steunden we Oekraïne. Nu valt Israël Libanon (ook een soeverein land) binnen en zeggen we niets. Dit nog afgezien van alle acties die Israël uitvoert ten aanzien van Palestijnen. Het wordt wel veroordeeld, maar verder dan dat gaat het niet, geen sancties, geen represailles. Ook over de VS zeggen we niets, maar het bombarderen van boten en mensen doden zonder proces of bewijs kan volgens internationaal recht niet, net zo min het binnenvallen van een land (Venuzuela) of blokkeren van een Land (Cuba) of het claimen van een land (Groenland). Dan heb ik het nog niet eens over een eenzijdige oorlog tegen Iran. Moreel verwerpelijk, maar toegedekt met de mantel van diplomatie.
Steeds meer mensen vinden dit niet te begrijpen. Of dat al een meerderheid is, dat durf ik niet te zeggen, maar politieke leiders zeggen ja en amen, maar doen vervolgens niets. En ook dat kan tot een gevaarlijke situatie leiden.
We begrijpen veel zaken wel en zien soms ook wel de gevaren, maar we handelen er niet op. Je uitspreken is nog niet hetzelfde als overgaan tot actie. Tuurlijk is het bewustzijn een eerste stap, maar daarin kan men niet te lang blijven hangen. Daarnaast speelt ook nog dat generaties X en Y zaken anders aanpakken dan generatie Z. Dat maakt het allemaal niet gemakkelijker. Een collectief moreel kompas zal moeilijk zijn, maar gelukkig zijn er steeds meer mensen die dan maar hun individuele morele kompas aanspreken. En dat is dan alweer een stap vooruit als het vergeleken wordt met 30 tot 40 jaar geleden.