‘Nooit meer is nu’ stond er op papiertjes van demonstranten op de Dam bij een stil protest tijdens de dodenherdenking. ‘Nooit meer’ refereert naar het fascisme dat in de Tweede Wereldoorlog voor veel doden zorgde. Niet uit zelfverdediging, maar omdat ze Jood, Roma of Sinti waren. Om zelfs verzetsstrijders. De verandering die de Nazi’s brachten, ging velen een stap te ver.
Nog steeds herdenken we de doden die vielen in de strijd om deze verandering teniet te doen in de hoop dat die verandering niet nogmaals zou gaan plaatsvinden. Gelukkig is ‘is nu’ nog niet echt van toepassing, maar we moeten wel heel alert zijn, want het is wel ‘is morgen’.
Sinds de Tweede Wereldoorlog is er veel verandert, wellicht in een richting die er niet zou zijn geweest als er geen oorlog was geweest. Het is moeilijk te zeggen. De oorlog bracht ons ruim 80 jaar geleden in een diep dal. We kropen eruit, we bouwden op, maar braken ook af (de verzuiling). We wilden meer vrijheid, in woord en daad. We hadden een terugval in de jaren 80 (economische crisis) en leermomenten in 2008 (bankencrisis) en 2016 (Panama Papers). Maar we hebben nu bedreigingen die we niet onder ogen willen zien. De enorme berg desinformatie via sociale media en de geschiedsvervalsing die mogelijk gemaakt wordt door AI. In feite is er een verandering in onze samenleving ingeslopen waar we niet om hebben gevraagd. De marktwerking heeft de controle overgenomen en de (democratische) politiek heeft er geen antwoord op.
Verandering is er in drie vormen. De eerste is de natuurlijke verandering. Die vindt plaats omdat je leert, bijvoorbeeld leren lopen, leren praten of leren lezen. Iemand heeft daar ooit een plan voor gemaakt, maar het zit ingebakken in onze cultuur om het door te voeren. Zelden wordt er een vraag over gesteld.
Je hebt ook veranderingen die ontstaan door externe factoren. Bijvoorbeeld de fabrikant van het medicijn dat je slikt stopt ermee en het alternatief zorgt voor bijwerkingen. Of nog duidelijker, de president van de VS besluit oorlog te gaan voeren tegen Iran en treft daarmee de hele wereld. Jij kan er weinig tot niets aan doen, maar het treft je wel.
Je hebt ook een geplande verandering. Dat gaat vaak over een situatie waarin je niet tevreden bent en je een doel stelt waarin je wel tevreden denkt te zijn. Die verandering kun je plannen. Bijvoorbeeld als je wilt afvallen of stoppen met roken. Je kunt dan kijken wat je daarvoor nodig hebt en dat dan gaan regelen.
De huidige wereld is een mengelmoes van deze drie soorten veranderingen. Daar kun je in meegaan of je ertegen verzetten. Als je je er tegen verzet, dan moet je teruggaan naar de basis. Maar wat is dan die basis? Hoe raar het ook klinkt: het onderwijs.
Als je kinderen leert in een bepaalde richting te denken, dan kan je daarmee ook de toekomst veranderen. In Rusland schijnt het al zo te zijn dat in het onderwijs het gedachtegoed van Poetin onderwezen wordt en daarmee krijg je al snel dat morgen het nu wordt.

Maar hoe zit het dan in Nederland? Dat is best schrokkend. In 2022 bracht het PISA rapport al naar voren dat het met het primair onderwijs in Nederland beroerd is gesteld. Je zou denken dat dan alarmbellen afgaan, maar als je het rapport ‘De staat van het onderwijs 2026’ leest, dan springen de tranen je in de ogen. En dat is niet van geluk.
Het positieve nieuws is dat nog steeds de meerderheid van de scholen goed scoort, maar in toenemende mate is de basis van het primair onderwijs wel zwakker aan het worden. Taal, rekenen en burgerschap zijn zwakke schakels aan het worden. Een van de oorzaken is dat schoolbesturen te weinig tijd hebben de kwaliteit van het onderwijs op peil te houden, maar vooral bezig zijn om onderwijs überhaupt mogelijk te maken. Zorgen voor voldoende kwaliteit kan voorkomen dat je een zwakke school wordt. Daarnaast is het ook van belang dat alle kinderen op een gelijk niveau onderwijs kunnen (of beter moeten) krijgen, maar ook hierin ontstaan steeds grotere verschillen.
Na het primair onderwijs stromen leerlingen door naar het voortgezet onderwijs. Vooral in het vmbo schiet de kwaliteit tekort en is 24% van de scholen ondermaats. Steeds meer leerlingen halen niet eens het taalniveau 2F (een niveau waarvoor het primair onderwijs minimaal moet zorgen). De inspectie constateert een verslechtering van de kwaliteit van het onderwijs, maar gelukkig voldoet het meeste onderwijs nog.
Althans, volgens de huidige maatstaven. De inspectie geeft aan dat onderwijs slechts een basis is waarbij sprake is van Erkenning van Verworven Competenties (EVC). Dit is de basis voor Leven Lang Ontwikkelen (LLO). Daar is te weinig toezicht op en vindt er steeds meer diplomafraude plaats (en dat is dan nog zonder invloed van AI).
Maar kan het onderwijs nog wel voldoende antwoorden geven op de problemen van nu? Denk aan klimaatverandering, biodiversiteit, demografie en geopolitiek. Het onderwijs moet jongeren voorbereiden om deze zaken beheersbaar te maken, maar gaat dat lukken? De ouderen haken steeds meer af omdat ze met pensioen gaan en de jongeren werken op een andere manier. Mensen van mijn generatie maakten vaak een carrière binnen een bedrijf of sector, maar jongeren hebben een fluïde loopbaan. Daarbij is het model van studeren-werken-pensioen achterhaald. Het is nu meer een afwisseling van leren, werken, zorgen, ontdekken, spelen en ontspannen.
Dat zou ook zomaar kunnen betekenen dat bestaande bedrijfsstructuren moeten veranderen. In de huidige Angelsaksische cultuur zijn veel bedrijven gericht op korte-termijn-winst, vooral op aandrang van aandeelhouders, terwijl de problemen vragen om een lange termijn oplossing. De aanpak moet dus anders, maar tegelijkertijd verandert ook de werknemer. Die werkt geen 40 uur per week meer en zelfs niet meer van 9 tot 5. Sterker nog, om vooruit te komen, zullen werknemers ook tijd moeten hebben om te kunnen blijven leren (LLO).
Dat leren moet dan wel op basis van feiten en ook daar dreigt een gevaar. Dat heet AI. We zien nu al dat foto’s en films beeldinformatie geven die die niet reëel is en ook steeds meer geschreven informatie is niet meer objectief of betrouwbaar. Als dat gebruikt gaat worden om te leren, dan gaat het al snel fout.
Deze veranderingen gebeuren. Je zou het een natuurlijke verandering kunnen noemen, maar dat zou het niet mogen zijn. Het is een verandering die je zou moeten plannen. Je zou een doel moeten formuleren, want wat er nu gebeurt is een weg waarvan we geen idee hebben waar die naar toe loopt. ‘Nooit meer is nu’ is een dreiging die je zou kunnen zien, maar een dreiging waarvan je de bron niet kent is wellicht veel gevaarlijker.

Geef een reactie